BWBR0016409
Geldig vanaf 2004-04-01
Artikel 4
Tijdelijke regeling eenmalige uitkering bestrijding regionale wateroverlast
1. De uitkering bedraagt per project maximaal 30% van de kosten die rechtstreeks zijn toe te rekenen aan de uitvoering van activiteiten ter bestrijding van regionale wateroverlast, doch per uitvoeringsplan niet meer dan € 4 miljoen. Dit bedrag is inclusief eventueel verschuldigde BTW.
2. Tot de kosten, bedoeld in het eerste lid, behoren:
a. kosten van de voor de uitvoering van de projecten gesloten overeenkomsten van aanneming en overeenkomsten tot levering van diensten en materialen;
b. kosten voor de verwerving van de voor de uitvoering van de projecten benodigde onroerende zaken, mits aannemelijk gemaakt wordt dat de verwerving een kostenefficiënte oplossing biedt voor de uitvoering van projecten.
3. Tot de kosten, bedoeld in het eerste lid, behoren niet:
a. kosten van algemene bestuurlijke aard;
b. exploitatiekosten, waaronder begrepen de kosten voor regulier beheer en onderhoud;
c. de kosten van werkzaamheden die tot de reguliere taken van de aanvrager behoren, welke kosten worden gemaakt ter uitvoering van een projectplan uit het uitvoeringsplan;
d. kosten die voortkomen uit achterstallig onderhoud;
e. overheadkosten, inclusief directiekosten;
f. de kosten van voorbereiding ten behoeve van projectplannen, inclusief bestekskosten;
g. de kosten van voorbereiding ten behoeve van het uitvoeringsplan;
h. onderzoekskosten;
i. de kosten van voorlichtingsactiviteiten;
j. fiscale kosten en BTW, tenzij de aanvrager kan aantonen dat er geen recht bestaat op een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds;
k. de kosten die reeds op grond van een andere regeling voor een financiële bijdrage van het Rijk of de Europese Unie in aanmerking komen, dan wel kosten die door derde partijen worden gefinancierd;
l. de kosten voor schadevergoeding aan derden voorzover de beheerder daartoe rechtens is gehouden, anders dan uit hoofde van het in het tweede lid, onder b, bepaalde.
m. de kosten gemaakt in verband met het verkrijgen van een accountantsverklaring.
2. Tot de kosten, bedoeld in het eerste lid, behoren:
a. kosten van de voor de uitvoering van de projecten gesloten overeenkomsten van aanneming en overeenkomsten tot levering van diensten en materialen;
b. kosten voor de verwerving van de voor de uitvoering van de projecten benodigde onroerende zaken, mits aannemelijk gemaakt wordt dat de verwerving een kostenefficiënte oplossing biedt voor de uitvoering van projecten.
3. Tot de kosten, bedoeld in het eerste lid, behoren niet:
a. kosten van algemene bestuurlijke aard;
b. exploitatiekosten, waaronder begrepen de kosten voor regulier beheer en onderhoud;
c. de kosten van werkzaamheden die tot de reguliere taken van de aanvrager behoren, welke kosten worden gemaakt ter uitvoering van een projectplan uit het uitvoeringsplan;
d. kosten die voortkomen uit achterstallig onderhoud;
e. overheadkosten, inclusief directiekosten;
f. de kosten van voorbereiding ten behoeve van projectplannen, inclusief bestekskosten;
g. de kosten van voorbereiding ten behoeve van het uitvoeringsplan;
h. onderzoekskosten;
i. de kosten van voorlichtingsactiviteiten;
j. fiscale kosten en BTW, tenzij de aanvrager kan aantonen dat er geen recht bestaat op een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds;
k. de kosten die reeds op grond van een andere regeling voor een financiële bijdrage van het Rijk of de Europese Unie in aanmerking komen, dan wel kosten die door derde partijen worden gefinancierd;
l. de kosten voor schadevergoeding aan derden voorzover de beheerder daartoe rechtens is gehouden, anders dan uit hoofde van het in het tweede lid, onder b, bepaalde.
m. de kosten gemaakt in verband met het verkrijgen van een accountantsverklaring.