BWBR0015640
Geldig vanaf 2003-10-05
Artikel 28
Aanvullend luchthavenreglement Rotterdam
Het in werking stellen van een vliegtuigmotor is slechts toegestaan indien:
a. maatregelen zijn genomen, welke voorkomen dat het betrokken vliegtuig zich kan verplaatsen;
b. in de onmiddellijke nabijheid van het luchtvaartuig voldoende brandblusmiddelen aanwezig zijn;
c. buiten het vliegtuig een ter zake bevoegd persoon zodanig is opgesteld, dat hij aanwijzingen kan geven aan degene die belast is met de controle van de bedieningsinstrumenten.
a. maatregelen zijn genomen, welke voorkomen dat het betrokken vliegtuig zich kan verplaatsen;
b. in de onmiddellijke nabijheid van het luchtvaartuig voldoende brandblusmiddelen aanwezig zijn;
c. buiten het vliegtuig een ter zake bevoegd persoon zodanig is opgesteld, dat hij aanwijzingen kan geven aan degene die belast is met de controle van de bedieningsinstrumenten.