BWBR0015640
Geldig vanaf 2003-10-05
Artikel 12
Aanvullend luchthavenreglement Rotterdam
1. Het opstellen, parkeren en stallen van, alsmede het verrichten van reparaties aan luchtvaartuigen, is slechts na van de exploitant of namens deze de havenmeester of de dutymanager operations verkregen toestemming toegestaan op of in de daarvoor bestemde of aangewezen locaties.
2. De exploitant of namens deze de havenmeester dan wel de dutymanager operations kan gelasten dat geparkeerde of gestalde luchtvaartuigen worden verplaatst indien hij dit uit het oogpunt van goede orde en veiligheid noodzakelijk acht.
3. De afstand tussen geparkeerde luchtvaartuigen en de grens van het voor publiek toegankelijke terreingedeelte bedraagt tenminste 7 meter, met dien verstande, dat deze afstand zodanig moet worden vergroot, dat nergens op het voor publiek toegankelijke terreingedeelte de luchtsnelheid, veroorzaakt door in werking zijnde voorstuwingsinstallaties, 50 km/uur (15 m/sec) te boven kan gaan.
2. De exploitant of namens deze de havenmeester dan wel de dutymanager operations kan gelasten dat geparkeerde of gestalde luchtvaartuigen worden verplaatst indien hij dit uit het oogpunt van goede orde en veiligheid noodzakelijk acht.
3. De afstand tussen geparkeerde luchtvaartuigen en de grens van het voor publiek toegankelijke terreingedeelte bedraagt tenminste 7 meter, met dien verstande, dat deze afstand zodanig moet worden vergroot, dat nergens op het voor publiek toegankelijke terreingedeelte de luchtsnelheid, veroorzaakt door in werking zijnde voorstuwingsinstallaties, 50 km/uur (15 m/sec) te boven kan gaan.