BWBR0015640
Geldig vanaf 2003-10-05
Artikel 24
Aanvullend luchthavenreglement Rotterdam
1. Bij het tanken wordt elke handeling nagelaten die brand kan veroorzaken of het gevaar daarvoor kan vergroten.
2. Het tanken geschiedt op een zodanige wijze dat geen brandstof wordt gemorst.
3. Van het lekken of morsen van olie of brandstof wordt onmiddellijk de havenmeester of de duty manager operations in kennis gesteld.
4. Gemorste olie en brandstof wordt onmiddellijk, in overleg met de exploitant of de havenmeester dan wel de dutymanager operations, verwijderd.
5. Wanneer bij of uit een vliegtuig brandstoflekkage wordt geconstateerd, vindt het starten of opnieuw starten van de motoren niet eerder plaats, dan na overleg met de exploitant of namens deze de havenmeester dan wel de dutymanager operations.
2. Het tanken geschiedt op een zodanige wijze dat geen brandstof wordt gemorst.
3. Van het lekken of morsen van olie of brandstof wordt onmiddellijk de havenmeester of de duty manager operations in kennis gesteld.
4. Gemorste olie en brandstof wordt onmiddellijk, in overleg met de exploitant of de havenmeester dan wel de dutymanager operations, verwijderd.
5. Wanneer bij of uit een vliegtuig brandstoflekkage wordt geconstateerd, vindt het starten of opnieuw starten van de motoren niet eerder plaats, dan na overleg met de exploitant of namens deze de havenmeester dan wel de dutymanager operations.