BWBR0015640
Geldig vanaf 2003-10-05
Artikel 27
Aanvullend luchthavenreglement Rotterdam
1. Het landen op en opstijgen van het luchtvaartterrein geschiedt op en van de daartoe bestemde en als zodanig door de havenmeester of door een namens hem aangewezen persoon beschikbaar gestelde banen, gelegen binnen het in gebruik zijnde deel van het landingsterrein.
2. Luchtvaartuigen taxiën op de daarvoor bestemde rijbanen of daartoe bestemde gedeelten van het landingsterrein, zoals deze zijn gepubliceerd in de luchtvaartpublicaties (AIP en NOTAM).
3. Het verplaatsen en parkeren van luchtvaartuigen op het platform geschiedt overeenkomstig de door de havenmeester of de dutymanager operations, dan wel de verkeersleidingsdienst gegeven aanwijzingen.
4. Taxiën en slepen van luchtvaartuigen is slechts toegestaan nadat hiertoe per keer uitdrukkelijke toestemming is verleend door de havenmeester of de dutymanager operations.
5. Buiten de in de vorige leden genoemde terreindelen is het verplaatsen van luchtvaartuigen op het luchtvaartterrein slechts toegestaan op de daartoe door de exploitant beschikbaar gestelde terreindelen.
2. Luchtvaartuigen taxiën op de daarvoor bestemde rijbanen of daartoe bestemde gedeelten van het landingsterrein, zoals deze zijn gepubliceerd in de luchtvaartpublicaties (AIP en NOTAM).
3. Het verplaatsen en parkeren van luchtvaartuigen op het platform geschiedt overeenkomstig de door de havenmeester of de dutymanager operations, dan wel de verkeersleidingsdienst gegeven aanwijzingen.
4. Taxiën en slepen van luchtvaartuigen is slechts toegestaan nadat hiertoe per keer uitdrukkelijke toestemming is verleend door de havenmeester of de dutymanager operations.
5. Buiten de in de vorige leden genoemde terreindelen is het verplaatsen van luchtvaartuigen op het luchtvaartterrein slechts toegestaan op de daartoe door de exploitant beschikbaar gestelde terreindelen.