BWBR0013409
Geldig vanaf 2010-05-17
Artikel 83
Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002
1. Een ieder heeft het recht bij de Nationale ombudsman een klacht in te dienen over het optreden of het vermeende optreden van Onze betrokken Ministers, de hoofden van de diensten, de coördinator, en de voor de diensten en de coördinator werkzame personen jegens een natuurlijke of rechtspersoon ter uitvoering van deze wet of de <a href="/wet/BWBR0008277" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet veiligheidsonderzoeken</a>.
2. Alvorens een klacht in te dienen bij de Nationale ombudsman, stelt de klager Onze betrokken Minister wie het aangaat in kennis van de klacht en stelt hij deze in de gelegenheid diens zienswijze daarop te geven.
3. Onze betrokken Minister wint, alvorens zijn zienswijze als bedoeld in het tweede lid te geven, omtrent de klacht het advies in van de commissie van toezicht. <a href="/wet/BWBR0005537" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Afdeling 9.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht</a>is van toepassing. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/9:14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9:14, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>kan Onze betrokken Minister geen instructies geven aan de commissie van toezicht.
4. In klachtprocedures waarbij Onze betrokken Minister, onder zijn verantwoordelijkheid werkzame personen of de commissie van toezicht ingevolge <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/9:31" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9:31 van de Algemene wet bestuursrecht</a>worden verplicht tot het verstrekken van inlichtingen of het overleggen van stukken aan de Nationale ombudsman, blijft <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/9:31" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9:31, vijfde en zesde lid, van die wet</a>buiten toepassing.
5. Indien Onze betrokken Minister, onder zijn verantwoordelijkheid werkzame personen of de commissie van toezicht worden verplicht tot het overleggen van stukken, kan worden volstaan met het ter inzage geven van de desbetreffende stukken. Van de desbetreffende stukken mag op generlei wijze een afschrift worden vervaardigd.
2. Alvorens een klacht in te dienen bij de Nationale ombudsman, stelt de klager Onze betrokken Minister wie het aangaat in kennis van de klacht en stelt hij deze in de gelegenheid diens zienswijze daarop te geven.
3. Onze betrokken Minister wint, alvorens zijn zienswijze als bedoeld in het tweede lid te geven, omtrent de klacht het advies in van de commissie van toezicht. <a href="/wet/BWBR0005537" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Afdeling 9.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht</a>is van toepassing. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/9:14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9:14, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>kan Onze betrokken Minister geen instructies geven aan de commissie van toezicht.
4. In klachtprocedures waarbij Onze betrokken Minister, onder zijn verantwoordelijkheid werkzame personen of de commissie van toezicht ingevolge <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/9:31" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9:31 van de Algemene wet bestuursrecht</a>worden verplicht tot het verstrekken van inlichtingen of het overleggen van stukken aan de Nationale ombudsman, blijft <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/9:31" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9:31, vijfde en zesde lid, van die wet</a>buiten toepassing.
5. Indien Onze betrokken Minister, onder zijn verantwoordelijkheid werkzame personen of de commissie van toezicht worden verplicht tot het overleggen van stukken, kan worden volstaan met het ter inzage geven van de desbetreffende stukken. Van de desbetreffende stukken mag op generlei wijze een afschrift worden vervaardigd.