BWBR0013409
Geldig vanaf 2010-05-17
Artikel 61
Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002
1. De leden van het openbaar ministerie doen, door tussenkomst van het College van procureurs-generaal dan wel, voor zover van toepassing, de procureur-generaal, bedoeld in de rijkswet openbare ministeries van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, mededeling van de te hunner kennis gekomen gegevens die zij voor een dienst van belang achten, aan die dienst.
2. Steeds wanneer de vervulling van de taak van het openbaar ministerie en van een dienst daartoe aanleiding geeft, plegen een lid van het College van procureurs-generaal dan wel, voor zover van toepassing, de procureur-generaal, bedoeld in de rijkswet openbare ministeries van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en het hoofd van de betrokken dienst overleg.
2. Steeds wanneer de vervulling van de taak van het openbaar ministerie en van een dienst daartoe aanleiding geeft, plegen een lid van het College van procureurs-generaal dan wel, voor zover van toepassing, de procureur-generaal, bedoeld in de rijkswet openbare ministeries van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en het hoofd van de betrokken dienst overleg.