BWBR0012538
Geldig vanaf 2014-12-09
Artikel 3b
Regeling boorduitrusting
1. Onverminderd deel 14 van de bijlage bij verordening (EU) nr. 923/2012, zijn op de radiotelefonische berichtenwisseling tussen de Nederlandse luchtverkeersdiensten en burgerluchtvaartuigen bovendien van toepassing:
a. de normen, aanbevelingen en procedures van Bijlage 10 bij het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, (Trb. 1973, 109). 'Aeronautical Telecommunications', deel II, hoofdstuk V 'Aeronautical Mobile Service';
b. gebruikmaking, voor zover van toepassing, van het standaardradiotelefonie 'woordgebruik' vermeld in ICAO-Document 4444 (Procedures for Air Navigation Services – Air Traffic Management), hoofdstuk 12.
2. Onverminderd het eerste lid, onderdeel b, wordt in het vluchtinformatiegebied Amsterdam boven vliegniveau 245 bij de verandering van vliegniveaus in de Engelse taal het woord ‘TO’ niet gebruikt.
a. de normen, aanbevelingen en procedures van Bijlage 10 bij het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, (Trb. 1973, 109). 'Aeronautical Telecommunications', deel II, hoofdstuk V 'Aeronautical Mobile Service';
b. gebruikmaking, voor zover van toepassing, van het standaardradiotelefonie 'woordgebruik' vermeld in ICAO-Document 4444 (Procedures for Air Navigation Services – Air Traffic Management), hoofdstuk 12.
2. Onverminderd het eerste lid, onderdeel b, wordt in het vluchtinformatiegebied Amsterdam boven vliegniveau 245 bij de verandering van vliegniveaus in de Engelse taal het woord ‘TO’ niet gebruikt.