BWBR0012538
Geldig vanaf 12-12-2014
Artikel 13g
Regeling boorduitrusting
1. Een horizontaal deel van een VFR-vlucht boven 1070 m (3500 ft) boven de grond of het water wordt uitgevoerd op een vliegniveau als aangegeven in Appendix 3 bij verordening (EU) nr. 923/2012.
2. Een horizontaal deel van een gecontroleerde vlucht binnen een luchtverkeersleidingsgebied wordt uitgevoerd op een kruishoogte zoals aangegeven in Appendix 3 bij verordening (EU) nr. 923/2012.
3. Een horizontaal deel van een IFR-vlucht buiten een luchtverkeersleidingsgebied wordt uitgevoerd op een kruishoogte als aangegeven in Appendix 3 bij verordening (EU) nr. 923/2012.
2. Een horizontaal deel van een gecontroleerde vlucht binnen een luchtverkeersleidingsgebied wordt uitgevoerd op een kruishoogte zoals aangegeven in Appendix 3 bij verordening (EU) nr. 923/2012.
3. Een horizontaal deel van een IFR-vlucht buiten een luchtverkeersleidingsgebied wordt uitgevoerd op een kruishoogte als aangegeven in Appendix 3 bij verordening (EU) nr. 923/2012.
- Citeren als
- Art. 13g
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0012538
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl