BWBR0012538
Geldig vanaf 2014-12-09
Artikel 10
Regeling boorduitrusting
1. Voor het uitvoeren van een VFR vlucht in het vluchtinformatiegebied Amsterdam zijn de volgende voorschriften voor het gebruik van een SSR-transponder van toepassing:
a. het gebruik van een SSR-transponder met mode S/ELS en met automatische hoogterapportering in mode C is verplicht in het luchtruim met de classificatie A, B, C, D, E of F en in de NSA Amsterdam;
b. het gebruik van een SSR-transponder met de mode S/ELS en met automatische hoogterapportering in mode C is verplicht in het overige luchtruim met de classificatie G op en boven 1200 voet AMSL;
c. mode A code 7000 wordt ingesteld.
2. De verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, zijn niet van toepassing wanneer door de betreffende verlener van luchtverkeersdiensten een andere opdracht is verstrekt of afwijkende voorschriften van toepassing zijn door de aard van het luchtvaartuig of het doel van de vlucht.
a. het gebruik van een SSR-transponder met mode S/ELS en met automatische hoogterapportering in mode C is verplicht in het luchtruim met de classificatie A, B, C, D, E of F en in de NSA Amsterdam;
b. het gebruik van een SSR-transponder met de mode S/ELS en met automatische hoogterapportering in mode C is verplicht in het overige luchtruim met de classificatie G op en boven 1200 voet AMSL;
c. mode A code 7000 wordt ingesteld.
2. De verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, zijn niet van toepassing wanneer door de betreffende verlener van luchtverkeersdiensten een andere opdracht is verstrekt of afwijkende voorschriften van toepassing zijn door de aard van het luchtvaartuig of het doel van de vlucht.