BWBR0012019
Geldig vanaf 2009-12-03
Artikel 53
Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart
1. In dit artikel en in de artikelen 54, 56, 57, 60, 66en 68wordt onder de losverklaring mede begrepen de aanvullende verklaring, bedoeld in het tweede lid.
2. Indien bij de losverklaring een aanvullende verklaring wordt gevoegd overeenkomstig het bij regeling van Onze Minister vastgestelde model, is het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffenop de desbetreffende overbrenging van afvalstoffen niet van toepassing.
3. Aansluitend aan de toepassing van het bepaalde in de paragrafen 3.4en 3.5worden de toepasselijke rubrieken van een losverklaring, overeenkomstig het bij regeling van Onze Minister vastgestelde model, in drievoud ingevuld en ondertekend.
4. De losverklaring wordt na de toepassing van het eerste lid in drievoud voorgelegd aan de schipper dan wel, indien het schip niet onder gezag van een schipper staat, aan de exploitant van het schip.
5. Aan het eerste en het tweede lid alsmede de artikelen 54, 56, 57, 66en 68kan in overeenstemming tussen degene die de losverklaring opstelt en de schipper dan wel, indien het schip niet onder gezag van een schipper staat, de exploitant van het schip en, indien toepassing moet worden gegeven aan paragraaf 3.9, degene die de ontvangstvoorziening exploiteert, langs elektronische weg uitvoering worden gegeven, mits voldaan wordt aan de bij regeling van Onze Minister aangegeven waarborgen voor de echtheid van de losverklaring, met inbegrip van de ondertekening, en de controleerbaarheid van de losverklaring aan boord dan wel in de bedrijfsadministratie van de exploitant van het schip, alsmede in de bedrijfsadministratie van degene die de losverklaring heeft opgesteld.
2. Indien bij de losverklaring een aanvullende verklaring wordt gevoegd overeenkomstig het bij regeling van Onze Minister vastgestelde model, is het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffenop de desbetreffende overbrenging van afvalstoffen niet van toepassing.
3. Aansluitend aan de toepassing van het bepaalde in de paragrafen 3.4en 3.5worden de toepasselijke rubrieken van een losverklaring, overeenkomstig het bij regeling van Onze Minister vastgestelde model, in drievoud ingevuld en ondertekend.
4. De losverklaring wordt na de toepassing van het eerste lid in drievoud voorgelegd aan de schipper dan wel, indien het schip niet onder gezag van een schipper staat, aan de exploitant van het schip.
5. Aan het eerste en het tweede lid alsmede de artikelen 54, 56, 57, 66en 68kan in overeenstemming tussen degene die de losverklaring opstelt en de schipper dan wel, indien het schip niet onder gezag van een schipper staat, de exploitant van het schip en, indien toepassing moet worden gegeven aan paragraaf 3.9, degene die de ontvangstvoorziening exploiteert, langs elektronische weg uitvoering worden gegeven, mits voldaan wordt aan de bij regeling van Onze Minister aangegeven waarborgen voor de echtheid van de losverklaring, met inbegrip van de ondertekening, en de controleerbaarheid van de losverklaring aan boord dan wel in de bedrijfsadministratie van de exploitant van het schip, alsmede in de bedrijfsadministratie van degene die de losverklaring heeft opgesteld.