BWBR0012019
Geldig vanaf 2009-12-03
Artikel 43
Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart
1. Aansluitend aan het lossen van vloeibare lading uit een ladingtank van een schip wordt met behulp van een leiding die wordt aangesloten op het nalenssysteem van het schip de in de ladingtank achtergebleven restlading verwijderd, zodanig dat de losstandaard overeenkomstig aanhangsel III behorende bij de Uitvoeringsregeling in de nagelensde ladingtank wordt bereikt.
2. Aansluitend aan de toepassing van het eerste lid ten aanzien van alle ladingtanks van het schip wordt dat lid overeenkomstig toegepast ten aanzien van het leidingsysteem van het schip.
3. Bij de toepassing van het eerste en tweede lid is de tegendruk van de walkant in de in het eerste lid bedoelde leiding niet hoger dan 3 bar.
4. De restlading wordt ingenomen en zo veel mogelijk toegevoegd aan de geloste lading.
2. Aansluitend aan de toepassing van het eerste lid ten aanzien van alle ladingtanks van het schip wordt dat lid overeenkomstig toegepast ten aanzien van het leidingsysteem van het schip.
3. Bij de toepassing van het eerste en tweede lid is de tegendruk van de walkant in de in het eerste lid bedoelde leiding niet hoger dan 3 bar.
4. De restlading wordt ingenomen en zo veel mogelijk toegevoegd aan de geloste lading.