BWBR0012019
Geldig vanaf 2009-12-03
Artikel 22
Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart
1. Ter gelegenheid van een levering van gasolie ten behoeve van een schip wordt door de leverancier een schriftelijke bunkerverklaring opgemaakt. Deze verklaring moet ten minste de volgende gegevens bevatten:
a. de naam en het adres van de eigenaar van het schip;
b. de naam en het adres van de leverancier;
c. het geleverde aantal liters, onder vermelding dat het gasolie betreft;
d. de naam en het nummer van teboekstelling en het land van registratie van het schip;
e. de naam van de schipper;
f. de hoogte van de afvalbeheerbijdrage; en
g. de plaats en datum van handeling.
2. De leverancier hecht aan de bunkerverklaring:
a. het betalingsbewijs, bedoeld in artikel 20, vierde lid,
b. de schuldbekentenis, bedoeld in artikel 21, tweede lid, onderdeel a, of
c. de machtiging, bedoeld in artikel 21, tweede lid, onderdeel b.
3. De verklaring wordt door de leverancier ondertekend en ter mede-ondertekening voorgelegd aan de schipper.
4. Indien een leverancier ter gelegenheid van een levering als bedoeld in het eerste lid ten behoeve van de eigenaar van het schip een verklaring als bedoeld in artikel 19, onderdeel b, van het Uitvoeringsbesluit accijnsopmaakt, neemt hij de bunkerverklaring op in het formulier van die verklaring. In een zodanig geval kan de leverancier de bunkerverklaring, in afwijking van het tweede lid, ondertekenen nadat de schipper ingevolge artikel 23de verklaring heeft ondertekend.
a. de naam en het adres van de eigenaar van het schip;
b. de naam en het adres van de leverancier;
c. het geleverde aantal liters, onder vermelding dat het gasolie betreft;
d. de naam en het nummer van teboekstelling en het land van registratie van het schip;
e. de naam van de schipper;
f. de hoogte van de afvalbeheerbijdrage; en
g. de plaats en datum van handeling.
2. De leverancier hecht aan de bunkerverklaring:
a. het betalingsbewijs, bedoeld in artikel 20, vierde lid,
b. de schuldbekentenis, bedoeld in artikel 21, tweede lid, onderdeel a, of
c. de machtiging, bedoeld in artikel 21, tweede lid, onderdeel b.
3. De verklaring wordt door de leverancier ondertekend en ter mede-ondertekening voorgelegd aan de schipper.
4. Indien een leverancier ter gelegenheid van een levering als bedoeld in het eerste lid ten behoeve van de eigenaar van het schip een verklaring als bedoeld in artikel 19, onderdeel b, van het Uitvoeringsbesluit accijnsopmaakt, neemt hij de bunkerverklaring op in het formulier van die verklaring. In een zodanig geval kan de leverancier de bunkerverklaring, in afwijking van het tweede lid, ondertekenen nadat de schipper ingevolge artikel 23de verklaring heeft ondertekend.