BWBR0011826
Geldig vanaf 2001-01-01
Artikel 11
Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren
1. Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de betrokkene wordt onder overeenkomstige toepassing van <a href="/wet/BWBR0001888/artikel/35" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 35</a>dan wel <a href="/wet/BWBR0001888/artikel/36" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 36 van de Ziektewet</a>een overlijdensuitkering toegekend, met dien verstande dat de uitkering 100% van het dagloon bedraagt.
2. Op het uit te keren bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt in mindering gebracht het bedrag van de uitkering waarop de nagelaten betrekkingen van betrokkene ter zake van diens overlijden aanspraak kunnen maken uit hoofde van een of meer werkloosheidsuitkeringen, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, uitkeringen op grond van de <a href="/wet/BWBR0001888" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Ziektewet</a>dan wel uitkeringen die naar aard en strekking overeenkomen met laatstgenoemde uitkeringen, waarop betrokkene recht had.
2. Op het uit te keren bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt in mindering gebracht het bedrag van de uitkering waarop de nagelaten betrekkingen van betrokkene ter zake van diens overlijden aanspraak kunnen maken uit hoofde van een of meer werkloosheidsuitkeringen, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, uitkeringen op grond van de <a href="/wet/BWBR0001888" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Ziektewet</a>dan wel uitkeringen die naar aard en strekking overeenkomen met laatstgenoemde uitkeringen, waarop betrokkene recht had.