BWBR0011756
Geldig vanaf 2019-04-03
Artikel 3a
Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen
1. Onze Minister subsidieert of houdt in stand landelijke voorzieningen van residentiële hulpverlening ten behoeve van de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/77h" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 77h van het Wetboek van Strafrecht</a>alsmede voor de tenuitvoerlegging van een machtiging in een geval als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0034925/artikel/6.2.2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 6.2.2, tweede lid, van de Jeugdwet</a>.
2. De inrichtingen worden onderscheiden in rijksinrichtingen en particuliere inrichtingen.
2. De inrichtingen worden onderscheiden in rijksinrichtingen en particuliere inrichtingen.