BWBR0011756
Geldig vanaf 2019-04-03
Artikel 17a
Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen
1. De directeur kan de tenuitvoerlegging van een machtiging als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0034925/artikel/6.1.2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 6.1.2 van de Jeugdwet</a>schorsen, als de tenuitvoerlegging niet langer nodig is om te voorkomen dat de jeugdige zich aan de zorg die hij nodig heeft onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. De schorsing kan worden ingetrokken indien blijkt dat de tenuitvoerlegging nodig is om te voorkomen dat de jeugdige zich aan de zorg die hij nodig heeft onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.
2. Een besluit tot schorsing of intrekking wordt niet genomen dan nadat de directeur daaromtrent overleg heeft gepleegd met de betrokken gecertificeerde instelling en de raad voor de kinderbescherming.
3. De directeur doet van een besluit tot schorsing of intrekking mededeling aan de gecertificeerde instelling en de raad voor de kinderbescherming.
2. Een besluit tot schorsing of intrekking wordt niet genomen dan nadat de directeur daaromtrent overleg heeft gepleegd met de betrokken gecertificeerde instelling en de raad voor de kinderbescherming.
3. De directeur doet van een besluit tot schorsing of intrekking mededeling aan de gecertificeerde instelling en de raad voor de kinderbescherming.