BWBR0011756
Geldig vanaf 2019-04-03
Artikel 17
Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen
1. De directeur bepaalt de wijze van onderbrenging van de jeugdigen die overeenkomstig artikel 12zijn geplaatst in de inrichting of afdeling met het beheer waarvan hij is belast.
2. De directeur wijst iedere jeugdige een kamer toe.
3. De directeur kan onderdelen van de inrichting of de afdeling aanwijzen voor de onderbrenging van jeugdigen die een bijzondere opvang of behandeling in de zin van artikel 8, derde lid, behoeven.
4. De directeur bepaalt de criteria waaraan de jeugdige moet voldoen om voor onderbrenging als bedoeld in het derde lid in aanmerking te komen.
5. Onze Minister stelt regels omtrent de eisen waaraan een kamer als bedoeld in het tweede lid moet voldoen.
2. De directeur wijst iedere jeugdige een kamer toe.
3. De directeur kan onderdelen van de inrichting of de afdeling aanwijzen voor de onderbrenging van jeugdigen die een bijzondere opvang of behandeling in de zin van artikel 8, derde lid, behoeven.
4. De directeur bepaalt de criteria waaraan de jeugdige moet voldoen om voor onderbrenging als bedoeld in het derde lid in aanmerking te komen.
5. Onze Minister stelt regels omtrent de eisen waaraan een kamer als bedoeld in het tweede lid moet voldoen.