BWBR0011626
Geldig vanaf 1997-10-11
Artikel 4a
Regeling uitbreiding kinderopvang en buitenschoolse opvang
1. In 1998 kan een uitkering worden verleend aan een gemeente waaraan in 1997 geen uitkering is verleend. Een in 1997 aan een gemeente verleende uitkering kan in 1998 worden verhoogd.
2. Het maximum aantal gerealiseerde opvangplaatsen waarvoor aan een gemeente in 1998 een uitkering kan worden verleend of waarvoor een in 1997 verleende uitkering kan worden verhoogd, bedraagt:
de som van
12,47 maal het aantal inwoners van 0 tot 20 jaar in de gemeente, zoals opgenomen in de tabel 'Leeftijdsopbouw per gemeente, 1 januari 1997' van de Maandstatistiek bevolking van het Centraal Bureau voor de statistiek,
2,98 maal het aantal huishoudens met een laag inkomen in de gemeente, zoals vermeld in kolom 3 van bijlage 7 van de circulaire van 23 juni 1997 van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken met kenmerk FO97/U875,
en 6,66 maal het aantal inwoners in de gemeente dat tot de minderheden behoort, waarmee bij de bevoorschotting van de algemene uitkering uit het gemeentefonds voor het uitkeringsjaar 1997 voor de betaalmaand juli 1997 is gerekend,
gedeeld door 9.300.
3. Ten aanzien van gemeenten die per 1 januari 1998 een wijziging van de indeling dan wel een grenscorrectie hebben ondergaan, wordt het maximum aantal gerealiseerde opvangplaatsen voor 1998 berekend door toepassing van het vorige lid op de in 1997 bestaande gemeenten die per 1 januari 1998 een wijziging van de indeling dan wel een grenscorrectie hebben ondergaan, gecorrigeerd door toerekening naar rato van het aantal overgaande inwoners.
4. Voor de aanvraag van een in 1998 te verlenen uitkering of van een verhoging van een in 1997 verleende uitkering, wordt gebruik gemaakt van een door de Minister daartoe vastgesteld aanvraagformulier.
5. Artikel 4, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat het bedrag van € 71 924 164,25 wordt € 26 793 180,59.
2. Het maximum aantal gerealiseerde opvangplaatsen waarvoor aan een gemeente in 1998 een uitkering kan worden verleend of waarvoor een in 1997 verleende uitkering kan worden verhoogd, bedraagt:
de som van
12,47 maal het aantal inwoners van 0 tot 20 jaar in de gemeente, zoals opgenomen in de tabel 'Leeftijdsopbouw per gemeente, 1 januari 1997' van de Maandstatistiek bevolking van het Centraal Bureau voor de statistiek,
2,98 maal het aantal huishoudens met een laag inkomen in de gemeente, zoals vermeld in kolom 3 van bijlage 7 van de circulaire van 23 juni 1997 van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken met kenmerk FO97/U875,
en 6,66 maal het aantal inwoners in de gemeente dat tot de minderheden behoort, waarmee bij de bevoorschotting van de algemene uitkering uit het gemeentefonds voor het uitkeringsjaar 1997 voor de betaalmaand juli 1997 is gerekend,
gedeeld door 9.300.
3. Ten aanzien van gemeenten die per 1 januari 1998 een wijziging van de indeling dan wel een grenscorrectie hebben ondergaan, wordt het maximum aantal gerealiseerde opvangplaatsen voor 1998 berekend door toepassing van het vorige lid op de in 1997 bestaande gemeenten die per 1 januari 1998 een wijziging van de indeling dan wel een grenscorrectie hebben ondergaan, gecorrigeerd door toerekening naar rato van het aantal overgaande inwoners.
4. Voor de aanvraag van een in 1998 te verlenen uitkering of van een verhoging van een in 1997 verleende uitkering, wordt gebruik gemaakt van een door de Minister daartoe vastgesteld aanvraagformulier.
5. Artikel 4, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat het bedrag van € 71 924 164,25 wordt € 26 793 180,59.