BWBR0011626
Geldig vanaf 1997-10-11
Artikel 4
Regeling uitbreiding kinderopvang en buitenschoolse opvang
1. Voor de aanvraag van een in 1997 te verlenen uitkering wordt gebruik gemaakt van een door de Minister vastgesteld aanvraagformulier.
2. Indien de som van de in 1997 aangevraagde uitkeringen lager is dan € 71 924 164,25, kan de Minister het maximum aantal opvangplaatsen voor een gemeente verhogen.
3. Indien een gemeente in 1997 in aanmerking wil komen voor een verhoging, doet zij daarvan op de aanvraag mededeling onder vermelding van het aantal opvangplaatsen van de gewenste verhoging.
4. De verhoging bedraagt het gevraagde aantal, tenzij de som van de in 1997 aangevraagde uitkeringen vermeerderd met de som van de in dat jaar aangevraagde verhogingen meer is dan € 71 924 164,25. In dat geval bedraagt de verhoging voor een gemeente niet meer dan:
het voor betrokken gemeente overeenkomstig artikel 3 geldende maximum aantal opvangplaatsen,
gedeeld door de som van dit maximum van alle gemeenten die een verhoging aanvragen,
vermenigvuldigd met het totaal aantal opvangplaatsen dat in 1997 voor verhoging beschikbaar is.
2. Indien de som van de in 1997 aangevraagde uitkeringen lager is dan € 71 924 164,25, kan de Minister het maximum aantal opvangplaatsen voor een gemeente verhogen.
3. Indien een gemeente in 1997 in aanmerking wil komen voor een verhoging, doet zij daarvan op de aanvraag mededeling onder vermelding van het aantal opvangplaatsen van de gewenste verhoging.
4. De verhoging bedraagt het gevraagde aantal, tenzij de som van de in 1997 aangevraagde uitkeringen vermeerderd met de som van de in dat jaar aangevraagde verhogingen meer is dan € 71 924 164,25. In dat geval bedraagt de verhoging voor een gemeente niet meer dan:
het voor betrokken gemeente overeenkomstig artikel 3 geldende maximum aantal opvangplaatsen,
gedeeld door de som van dit maximum van alle gemeenten die een verhoging aanvragen,
vermenigvuldigd met het totaal aantal opvangplaatsen dat in 1997 voor verhoging beschikbaar is.