BWBR0011626
Geldig vanaf 1997-10-11
Artikel 3
Regeling uitbreiding kinderopvang en buitenschoolse opvang
Het maximum aantal gerealiseerde opvangplaatsen waarvoor aan een gemeente in 1997 een uitkering wordt verleend, bedraagt:
de som van
33,48 maal het aantal inwoners van 0 tot 20 jaar in de gemeente, zoals opgenomen in de tabel 'Leeftijdsopbouw per gemeente, 1 januari 1997' van de Maandstatistiek bevolking van het Centraal Bureau voor de Statistiek,
8,01 maal het aantal huishoudens met een laag inkomen in de gemeente, zoals vermeld in kolom 3 van bijlage 7 van de circulaire van 23 juni 1997 van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken met kenmerk FO97/U875,
en 17,89 maal het aantal inwoners in de gemeente dat tot de minderheden behoort, waarmee bij de bevoorschotting van de algemene uitkering uit het gemeentefonds voor het uitkeringsjaar 1997 voor de betaalmaand juli 1997 is gerekend,
gedeeld door 8.000.
de som van
33,48 maal het aantal inwoners van 0 tot 20 jaar in de gemeente, zoals opgenomen in de tabel 'Leeftijdsopbouw per gemeente, 1 januari 1997' van de Maandstatistiek bevolking van het Centraal Bureau voor de Statistiek,
8,01 maal het aantal huishoudens met een laag inkomen in de gemeente, zoals vermeld in kolom 3 van bijlage 7 van de circulaire van 23 juni 1997 van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken met kenmerk FO97/U875,
en 17,89 maal het aantal inwoners in de gemeente dat tot de minderheden behoort, waarmee bij de bevoorschotting van de algemene uitkering uit het gemeentefonds voor het uitkeringsjaar 1997 voor de betaalmaand juli 1997 is gerekend,
gedeeld door 8.000.