BWBR0011234
Geldig vanaf 2000-03-19
Artikel 32
Regeling beëindiging veehouderijtakken
1. Een beschikking tot subsidieverlening of -vaststelling, voorzover deze betrekking heeft op een subsidie als bedoeld in artikel 9, wordt ingetrokken indien binnen vijf jaren nadat deze is genomen, met betrekking tot het erfperceel of de tot het bedrijf behorende landbouwgrond voorzover deze niet overeenkomstig deze regeling aan BBL in eigendom is of zal worden overgedragen, een bestemmingsplan dan wel een besluit als bedoeld in artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordeningtot stand komt op basis waarvan woningbouw is toegelaten, tenzij de subsidieontvanger de desbetreffende gronden heeft vervreemd en ten genoegen van de minister aannemelijk kan maken:
a. dat hij noch zijn wederpartij op het tijdstip waarop de vervreemding plaatsvond op de hoogte waren of konden zijn van het feit dat een zodanig bestemmingsplan of besluit werd of zou worden voorbereid, alsmede
b. dat de voorwaarden waaronder de vervreemding plaatsgevonden heeft zodanig zijn dat daaruit blijkt dat daarbij geen rol heeft gespeeld de verwachting dat het gemeentebestuur nadien zou kunnen besluiten een zodanig bestemmingsplan of besluit te gaan voorbereiden en nemen.
2. Een beschikking tot subsidieverlening of -vaststelling, voorzover deze betrekking heeft op een subsidie als bedoeld in artikel 9, wordt ingetrokken indien de subsidieontvanger meer dan 1 jaar doch minder dan vijf jaren na het tijdstip van subsidievaststelling een aanvraag doet voor een bouwvergunning als bedoeld in artikel 40 van de Woningwetvoor het bouwen van een woning op het erfperceel of de tot het bedrijf behorende landbouwgrond voorzover deze niet overeenkomstig deze regeling aan BBL in eigendom is of zal worden overgedragen.
a. dat hij noch zijn wederpartij op het tijdstip waarop de vervreemding plaatsvond op de hoogte waren of konden zijn van het feit dat een zodanig bestemmingsplan of besluit werd of zou worden voorbereid, alsmede
b. dat de voorwaarden waaronder de vervreemding plaatsgevonden heeft zodanig zijn dat daaruit blijkt dat daarbij geen rol heeft gespeeld de verwachting dat het gemeentebestuur nadien zou kunnen besluiten een zodanig bestemmingsplan of besluit te gaan voorbereiden en nemen.
2. Een beschikking tot subsidieverlening of -vaststelling, voorzover deze betrekking heeft op een subsidie als bedoeld in artikel 9, wordt ingetrokken indien de subsidieontvanger meer dan 1 jaar doch minder dan vijf jaren na het tijdstip van subsidievaststelling een aanvraag doet voor een bouwvergunning als bedoeld in artikel 40 van de Woningwetvoor het bouwen van een woning op het erfperceel of de tot het bedrijf behorende landbouwgrond voorzover deze niet overeenkomstig deze regeling aan BBL in eigendom is of zal worden overgedragen.