BWBR0011234
Geldig vanaf 2000-03-19
Artikel 25
Regeling beëindiging veehouderijtakken
1. Indien de varkenstak wordt beëindigd, worden de varkens uiterlijk twaalf maanden nadat de subsidie is verleend van het bedrijf afgevoerd.
2. Indien de kippen- en kalkoenentak of de rundveetak wordt beëindigd, worden de dieren behorende tot de desbetreffende tak uiterlijk vijftien maanden nadat de subsidie is verleend van het bedrijf afgevoerd.
3. Indien de kippen- en kalkoenentak wordt beëindigd en de subsidie-aanvrager in het referentiejaar, bedoeld in artikel 58g, tweede of derde lid, van de Meststoffenwetop het bedrijf kalkoenen hield, vangen de in het tweede lid bedoelde termijnen aan op de datum dat de mededeling, bedoeld in artikel 21, tweede lid, in de Staatscourant is geplaatst.
4. Voorzover de subsidieverlening mede betrekking heeft op een subsidie als bedoeld in artikel 9, eerste lid, en de mededeling, bedoeld in artikel 22, tweede lid, na subsidieverlening in de Staatscourant wordt geplaatst, vangen de in het eerste en tweede lid bedoelde termijnen aan op de datum dat de desbetreffende mededeling in de Staatscourant wordt geplaatst.
5. Indien op het tijdstip waarop de dieren ingevolge het eerste en tweede lid uiterlijk van het bedrijf hadden moeten zijn afgevoerd een vervoersverbod krachtens artikel 30, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dierenvan kracht is, worden de dieren uiterlijk 21 dagen nadat het vervoersverbod is opgeheven van het bedrijf afgevoerd.
2. Indien de kippen- en kalkoenentak of de rundveetak wordt beëindigd, worden de dieren behorende tot de desbetreffende tak uiterlijk vijftien maanden nadat de subsidie is verleend van het bedrijf afgevoerd.
3. Indien de kippen- en kalkoenentak wordt beëindigd en de subsidie-aanvrager in het referentiejaar, bedoeld in artikel 58g, tweede of derde lid, van de Meststoffenwetop het bedrijf kalkoenen hield, vangen de in het tweede lid bedoelde termijnen aan op de datum dat de mededeling, bedoeld in artikel 21, tweede lid, in de Staatscourant is geplaatst.
4. Voorzover de subsidieverlening mede betrekking heeft op een subsidie als bedoeld in artikel 9, eerste lid, en de mededeling, bedoeld in artikel 22, tweede lid, na subsidieverlening in de Staatscourant wordt geplaatst, vangen de in het eerste en tweede lid bedoelde termijnen aan op de datum dat de desbetreffende mededeling in de Staatscourant wordt geplaatst.
5. Indien op het tijdstip waarop de dieren ingevolge het eerste en tweede lid uiterlijk van het bedrijf hadden moeten zijn afgevoerd een vervoersverbod krachtens artikel 30, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dierenvan kracht is, worden de dieren uiterlijk 21 dagen nadat het vervoersverbod is opgeheven van het bedrijf afgevoerd.