BWBR0011234
Geldig vanaf 2000-03-19
Artikel 28
Regeling beëindiging veehouderijtakken
Het Bureau Heffingen:
a. registreert, indien de varkenstak wordt beëindigd, de kennisgeving van het vervallen van het varkensrecht en haalt het deel van het niet-gebonden mestproductierecht, bedoeld in artikel 7, onderdeel c, door onmiddellijk nadat de subsidie is vastgesteld, doch uiterlijk twaalf maanden nadat de subsidie is verleend of, in het geval, bedoeld in artikel 27, vierde lid, uiterlijk twaalf maanden na de overeenkomstig dat artikelonderdeel van toepassing zijnde datum;
b. registreert, indien de kippen- en kalkoenentak wordt beëindigd, de kennisgeving van het vervallen van het pluimveerecht en haalt het deel van het niet-gebonden mestproductierecht, bedoeld in artikel 7, onderdeel c, door onmiddellijk nadat de subsidie is vastgesteld, doch uiterlijk 12 maanden nadat de subsidie is verleend, of, in het geval, bedoel in artikel 27, vierde lid, uiterlijk 12 maanden na de overeenkomstig dat onderdeel van toepassing zijnde datum;
c. haalt, indien de rundveetak wordt beëindigd, het in artikel 7, onderdelen b en c bedoelde delen van het niet-gebonden mestproductierecht door, onmiddellijk nadat de subsidie is vastgesteld, doch uiterlijk vijftien maanden nadat de subsidie is verleend of, in het geval, bedoeld in artikel 27, vierde lid, uiterlijk vijftien maanden na de overeenkomstig dat artikelonderdeel van toepassing zijnde datum.
a. registreert, indien de varkenstak wordt beëindigd, de kennisgeving van het vervallen van het varkensrecht en haalt het deel van het niet-gebonden mestproductierecht, bedoeld in artikel 7, onderdeel c, door onmiddellijk nadat de subsidie is vastgesteld, doch uiterlijk twaalf maanden nadat de subsidie is verleend of, in het geval, bedoeld in artikel 27, vierde lid, uiterlijk twaalf maanden na de overeenkomstig dat artikelonderdeel van toepassing zijnde datum;
b. registreert, indien de kippen- en kalkoenentak wordt beëindigd, de kennisgeving van het vervallen van het pluimveerecht en haalt het deel van het niet-gebonden mestproductierecht, bedoeld in artikel 7, onderdeel c, door onmiddellijk nadat de subsidie is vastgesteld, doch uiterlijk 12 maanden nadat de subsidie is verleend, of, in het geval, bedoel in artikel 27, vierde lid, uiterlijk 12 maanden na de overeenkomstig dat onderdeel van toepassing zijnde datum;
c. haalt, indien de rundveetak wordt beëindigd, het in artikel 7, onderdelen b en c bedoelde delen van het niet-gebonden mestproductierecht door, onmiddellijk nadat de subsidie is vastgesteld, doch uiterlijk vijftien maanden nadat de subsidie is verleend of, in het geval, bedoeld in artikel 27, vierde lid, uiterlijk vijftien maanden na de overeenkomstig dat artikelonderdeel van toepassing zijnde datum.