BWBR0011222
Geldig vanaf 2000-04-01
Artikel 14
Uitvoeringsbesluit Remigratiewet
1. De SVB besluit de betaling van de remigratievoorzieningen te schorsen, indien zij het gegronde vermoeden heeft dat:
a. het recht op de remigratievoorzieningen niet meer bestaat;
b. het recht op de remigratievoorzieningen bestaat tot een lager bedrag;
c. de remigrant, zijn partner, een van hun kinderen dan wel diens wettelijke vertegenwoordiger een verplichting als bedoeld in artikel 8g van de wet of de artikelen 3 en 9 niet of niet behoorlijk is nagekomen;
d. de remigrant, zijn partner dan wel een van hun kinderen recht heeft op een uitkering als bedoeld in artikel 11 van het Besluit voorzieningen Remigratiewet, doch terzake geen aanvraag heeft ingediend of anderszins weigert mee te werken aan de vaststelling van dat recht.
2. De schorsing kan maximaal zes maanden duren.
a. het recht op de remigratievoorzieningen niet meer bestaat;
b. het recht op de remigratievoorzieningen bestaat tot een lager bedrag;
c. de remigrant, zijn partner, een van hun kinderen dan wel diens wettelijke vertegenwoordiger een verplichting als bedoeld in artikel 8g van de wet of de artikelen 3 en 9 niet of niet behoorlijk is nagekomen;
d. de remigrant, zijn partner dan wel een van hun kinderen recht heeft op een uitkering als bedoeld in artikel 11 van het Besluit voorzieningen Remigratiewet, doch terzake geen aanvraag heeft ingediend of anderszins weigert mee te werken aan de vaststelling van dat recht.
2. De schorsing kan maximaal zes maanden duren.