BWBR0011222
Geldig vanaf 2000-04-01
Artikel 4
Uitvoeringsbesluit Remigratiewet
Onverminderd de artikelen 2en 3dient de remigrant om voor de basisvoorzieningen in aanmerking te komen:
a. indien hij Nederlander is, onmiddellijk voorafgaande aan de aanvraag van de basisvoorzieningen in Nederland te hebben verbleven dan wel, indien hij vreemdeling is, gedurende tenminste één jaar ononderbroken rechtmatig verblijf in Nederland had als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e dan wel l, van de Vreemdelingenwet 2000, anders dan voor een verblijf voor een tijdelijk doel;
b. geen beschikking te hebben over een rendementsgrondslag als bedoeld in artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001 van meer dan € 91 000,– op 1 januari van het jaar waarin de basisvoorzieningen worden toegekend of, indien over dat jaar nog geen aanslag is opgelegd, op 1 januari van het daaraan voorafgaande jaar;
c. niet eerder, noch als remigrant noch als partner, basisvoorzieningen dan wel voorzieningen als bedoeld in de artikelen 5 tot en met 11 van de Basisremigratiesubsidieregeling 1985 te hebben genoten.
a. indien hij Nederlander is, onmiddellijk voorafgaande aan de aanvraag van de basisvoorzieningen in Nederland te hebben verbleven dan wel, indien hij vreemdeling is, gedurende tenminste één jaar ononderbroken rechtmatig verblijf in Nederland had als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e dan wel l, van de Vreemdelingenwet 2000, anders dan voor een verblijf voor een tijdelijk doel;
b. geen beschikking te hebben over een rendementsgrondslag als bedoeld in artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001 van meer dan € 91 000,– op 1 januari van het jaar waarin de basisvoorzieningen worden toegekend of, indien over dat jaar nog geen aanslag is opgelegd, op 1 januari van het daaraan voorafgaande jaar;
c. niet eerder, noch als remigrant noch als partner, basisvoorzieningen dan wel voorzieningen als bedoeld in de artikelen 5 tot en met 11 van de Basisremigratiesubsidieregeling 1985 te hebben genoten.