BWBR0011222
Geldig vanaf 2000-04-01
Artikel 13
Uitvoeringsbesluit Remigratiewet
1. Onverminderd het elders bij of krachtens de wet bepaalde inzake wijziging of intrekking van een besluit tot toekenning van de basisvoorzieningen dan wel de remigratievoorzieningen, wijzigt de SVB een dergelijk besluit of trekt zij dat in:
a. indien het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van artikel 8g van de wet of artikel 9 heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van de basisvoorzieningen dan wel de remigratievoorzieningen;
b. indien anderszins de basisvoorzieningen dan wel de remigratievoorzieningen ten onrechte of tot een te hoog bedrag zijn vastgesteld;
c. voorzover het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van artikel 8g van de wet of de artikelen 3, derde en vierde lid, en 9 ertoe leidt dat niet kan worden vastgesteld in hoeverre nog recht op remigratievoorzieningen bestaat;
d. indien een persoon als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de wet heeft nagelaten al het geen te doen wat in redelijkheid mogelijk is, om de nationaliteit van het bestemmingsland met bekwame spoed te verkrijgen.
2. Onverminderd het eerste lid trekt de SVB een besluit tot toekenning van de remigratievoorzieningen in, voorzover na een schorsing van maximaal 6 maanden de remigrant, zijn partner, een van hun kinderen dan wel diens wettelijke vertegenwoordiger geen aanvraag indient of anderszins weigert mee te werken aan de vaststelling van een recht op uitkering als bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel d.
3. Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan de SVB besluiten met betrekking tot uitkeringstijdvakken in het verleden geheel of gedeeltelijk van wijziging of intrekking af te zien.
4. Indien de remigrant, zijn partner, een van hun kinderen dan wel diens wettelijke vertegenwoordiger aan alle bij of krachtens de wet gestelde verplichtingen heeft voldaan, en hij in redelijkheid niet heeft kunnen begrijpen dat de basisvoorzieningen dan wel de remigratievoorzieningen ten onrechte of op een te hoog bedrag zijn vastgesteld, besluit de SVB met betrekking tot uitkeringstijdvakken in het verleden geheel of gedeeltelijk van wijziging of intrekking af te zien.
a. indien het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van artikel 8g van de wet of artikel 9 heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van de basisvoorzieningen dan wel de remigratievoorzieningen;
b. indien anderszins de basisvoorzieningen dan wel de remigratievoorzieningen ten onrechte of tot een te hoog bedrag zijn vastgesteld;
c. voorzover het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van artikel 8g van de wet of de artikelen 3, derde en vierde lid, en 9 ertoe leidt dat niet kan worden vastgesteld in hoeverre nog recht op remigratievoorzieningen bestaat;
d. indien een persoon als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de wet heeft nagelaten al het geen te doen wat in redelijkheid mogelijk is, om de nationaliteit van het bestemmingsland met bekwame spoed te verkrijgen.
2. Onverminderd het eerste lid trekt de SVB een besluit tot toekenning van de remigratievoorzieningen in, voorzover na een schorsing van maximaal 6 maanden de remigrant, zijn partner, een van hun kinderen dan wel diens wettelijke vertegenwoordiger geen aanvraag indient of anderszins weigert mee te werken aan de vaststelling van een recht op uitkering als bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel d.
3. Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan de SVB besluiten met betrekking tot uitkeringstijdvakken in het verleden geheel of gedeeltelijk van wijziging of intrekking af te zien.
4. Indien de remigrant, zijn partner, een van hun kinderen dan wel diens wettelijke vertegenwoordiger aan alle bij of krachtens de wet gestelde verplichtingen heeft voldaan, en hij in redelijkheid niet heeft kunnen begrijpen dat de basisvoorzieningen dan wel de remigratievoorzieningen ten onrechte of op een te hoog bedrag zijn vastgesteld, besluit de SVB met betrekking tot uitkeringstijdvakken in het verleden geheel of gedeeltelijk van wijziging of intrekking af te zien.