BWBR0010686
Geldig vanaf 2004-02-24
Artikel 23
Regeling geneeskundige instanties, geneeskundigen en medische verklaringen voor de luchtvaart
1. Aanvragers van een medische verklaring, of houders van een medische verklaring die werkzaamheden uitvoeren waarvoor hen een bewijs van bevoegdheid of bevoegdverklaring is verleend, zijn vrij van:
a. enige afwijking, congenitaal of verworven,
b. enige actieve, latente, acute of chronische invaliditeit, en
c. enige wond, letsel of restverschijnselen van een operatie; zodanig dat het een mate van functionele uitval met zich mee kan brengen die interfereert met de veilige uitoefening van de werkzaamheden waarvoor hen een bewijs van bevoegdheid of bevoegdverklaring is verleend.
2. Aanvragers van een medische verklaring, of houders van een medische verklaring die werkzaamheden uitvoeren waarvoor hen een bewijs van bevoegdheid of bevoegdverklaring is verleend, lijden niet aan enige ziekte of invaliditeit, welke hen waarschijnlijk plotseling onbekwaam zou maken om de werkzaamheden waarvoor hen een bewijs van bevoegdheid of bevoegdverklaring is verleend, veilig te verrichten.
a. enige afwijking, congenitaal of verworven,
b. enige actieve, latente, acute of chronische invaliditeit, en
c. enige wond, letsel of restverschijnselen van een operatie; zodanig dat het een mate van functionele uitval met zich mee kan brengen die interfereert met de veilige uitoefening van de werkzaamheden waarvoor hen een bewijs van bevoegdheid of bevoegdverklaring is verleend.
2. Aanvragers van een medische verklaring, of houders van een medische verklaring die werkzaamheden uitvoeren waarvoor hen een bewijs van bevoegdheid of bevoegdverklaring is verleend, lijden niet aan enige ziekte of invaliditeit, welke hen waarschijnlijk plotseling onbekwaam zou maken om de werkzaamheden waarvoor hen een bewijs van bevoegdheid of bevoegdverklaring is verleend, veilig te verrichten.