BWBR0010686
Geldig vanaf 2004-02-24
Artikel 19
Regeling geneeskundige instanties, geneeskundigen en medische verklaringen voor de luchtvaart
1. Houders van een medische verklaring laten onverwijld door een geautoriseerde geneeskundige instantie of geautoriseerde geneeskundige beoordelen of hun gezondheidstoestand nog zodanig is dat zij in staat zijn de werkzaamheden, waarvoor hen een bewijs van bevoegdheid is verleend, te verrichten, in het geval van:
a. twijfel omtrent de geldigheid van de medische verklaring;
b. opname van meer dan twaalf uur in een ziekenhuis of vergelijkbare instelling;
c. een medische ingreep, al dan niet onder lokale of regionale verdoving of verdoving door middel van een ruggemergprik,
d. het voorgeschreven zijn van regelmatig gebruik van medicijnen, of
e. het voorgeschreven zijn van regelmatig gebruik van corrigerende bril, glazen of lenzen.
2. De geautoriseerde geneeskundige instantie of geautoriseerde geneeskundige vormt zich een oordeel, in het licht van de relevante medische eisen, keuringsmethoden en procedures bedoeld in artikel 13, eerste lid, en bijlage 2, tweede paragraaf, over de vraag of de gezondheidstoestand van de houder van de medische verklaring zodanig is, dat deze al dan niet in staat is de werkzaamheden, waarvoor hem een bewijs van bevoegdheid is verstrekt, te verrichten.
3. De geautoriseerde geneeskundige instantie of geautoriseerde geneeskundige meldt het oordeel onverwijld gemotiveerd aan de minister en aan de houder van de medische verklaring. De motivering bevat in ieder geval een verwijzing naar de relevante medische eisen, keuringsmethoden en procedures bedoeld in artikel 13, eerste lid, en bijlage 2, tweede paragraaf.
a. twijfel omtrent de geldigheid van de medische verklaring;
b. opname van meer dan twaalf uur in een ziekenhuis of vergelijkbare instelling;
c. een medische ingreep, al dan niet onder lokale of regionale verdoving of verdoving door middel van een ruggemergprik,
d. het voorgeschreven zijn van regelmatig gebruik van medicijnen, of
e. het voorgeschreven zijn van regelmatig gebruik van corrigerende bril, glazen of lenzen.
2. De geautoriseerde geneeskundige instantie of geautoriseerde geneeskundige vormt zich een oordeel, in het licht van de relevante medische eisen, keuringsmethoden en procedures bedoeld in artikel 13, eerste lid, en bijlage 2, tweede paragraaf, over de vraag of de gezondheidstoestand van de houder van de medische verklaring zodanig is, dat deze al dan niet in staat is de werkzaamheden, waarvoor hem een bewijs van bevoegdheid is verstrekt, te verrichten.
3. De geautoriseerde geneeskundige instantie of geautoriseerde geneeskundige meldt het oordeel onverwijld gemotiveerd aan de minister en aan de houder van de medische verklaring. De motivering bevat in ieder geval een verwijzing naar de relevante medische eisen, keuringsmethoden en procedures bedoeld in artikel 13, eerste lid, en bijlage 2, tweede paragraaf.