BWBR0010686
Geldig vanaf 2004-02-24
Artikel 21
Regeling geneeskundige instanties, geneeskundigen en medische verklaringen voor de luchtvaart
1. Houders van een op basis van artikel 2.4, zevende lid, van de wet ongeldige medische verklaring laten, als zij van mening zijn dat hun gezondheidstoestand weer zodanig is dat zij in staat zijn de werkzaamheden waarvoor hen een bewijs van bevoegdheid is verleend te verrichten, dit door een geautoriseerde geneeskundige instantie of geautoriseerde geneeskundige beoordelen.
2. De geautoriseerde geneeskundige instantie of geautoriseerde geneeskundige vormt zich een oordeel, in het licht van de relevante medische eisen, keuringsmethoden en procedures bedoeld in artikel 13, eerste lid, en bijlage 2, tweede paragraaf, bij deze regeling over de vraag of de gezondheidstoestand van de houder van de medische verklaring zodanig is, dat deze al dan niet in staat is de werkzaamheden, waarvoor hem een bewijs van bevoegdheid is verstrekt, weer te verrichten.
3. De geautoriseerde geneeskundige instantie of geautoriseerde geneeskundige meldt het oordeel onverwijld gemotiveerd aan de minister en aan de houder van de medische verklaring. De motivering bevat in ieder geval een verwijzing naar de relevante medische eisen, keuringsmethoden en procedures bedoeld in artikel 13, eerste lid, en bijlage 2, tweede paragraaf, bij deze regeling.
2. De geautoriseerde geneeskundige instantie of geautoriseerde geneeskundige vormt zich een oordeel, in het licht van de relevante medische eisen, keuringsmethoden en procedures bedoeld in artikel 13, eerste lid, en bijlage 2, tweede paragraaf, bij deze regeling over de vraag of de gezondheidstoestand van de houder van de medische verklaring zodanig is, dat deze al dan niet in staat is de werkzaamheden, waarvoor hem een bewijs van bevoegdheid is verstrekt, weer te verrichten.
3. De geautoriseerde geneeskundige instantie of geautoriseerde geneeskundige meldt het oordeel onverwijld gemotiveerd aan de minister en aan de houder van de medische verklaring. De motivering bevat in ieder geval een verwijzing naar de relevante medische eisen, keuringsmethoden en procedures bedoeld in artikel 13, eerste lid, en bijlage 2, tweede paragraaf, bij deze regeling.