BWBR0010278
Geldig vanaf 1999-02-24
Artikel 8
Regeling milieugerichte technologie 1999
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
a. wegvoertuigen: voertuigen die zijn toegelaten tot het verkeer op de weg ingevolge hoofdstuk III van de Wegenverkeerswet 1994, met uitzondering van brom- en motorfietsen en driewielige motorrijtuigen;
b. hybride voertuigen: wegvoertuigen, zijnde personen- of bestelauto’s, die ten behoeve van de aandrijving voorzien zijn van twee energieconversiesystemen en twee energieopslagsystemen en waarvan de aandrijfmotoren minimaal een vermogen van 10 kW hebben;
c. vrachtwagens: wegvoertuigen met een maximaal toegestane massa van meer dan 3500 kg die zijn ingericht voor het vervoer van lading of voor het voortbewegen van een aanhangwagen of oplegger;
d. bestelauto’s: wegvoertuigen met een maximaal toegestane massa van niet meer dan 3500 kg die zijn ingericht voor het vervoer van lading;
e. speciale voertuigen: wegvoertuigen met een maximaal toegestane massa van meer dan 3500 kg die niet zijn ingericht voor het vervoer van personen of lading of voor het voortbewegen van een aanhangwagen of oplegger;
f. vaartuigen: bedrijfsmatig gebruikte vaartuigen, bestemd voor het verrichten van werkzaamheden op of aan de Nederlandse vaarwegen en het transport van goederen en personen over die vaarwegen, met inbegrip van de territoriale zee van Nederland.
a. wegvoertuigen: voertuigen die zijn toegelaten tot het verkeer op de weg ingevolge hoofdstuk III van de Wegenverkeerswet 1994, met uitzondering van brom- en motorfietsen en driewielige motorrijtuigen;
b. hybride voertuigen: wegvoertuigen, zijnde personen- of bestelauto’s, die ten behoeve van de aandrijving voorzien zijn van twee energieconversiesystemen en twee energieopslagsystemen en waarvan de aandrijfmotoren minimaal een vermogen van 10 kW hebben;
c. vrachtwagens: wegvoertuigen met een maximaal toegestane massa van meer dan 3500 kg die zijn ingericht voor het vervoer van lading of voor het voortbewegen van een aanhangwagen of oplegger;
d. bestelauto’s: wegvoertuigen met een maximaal toegestane massa van niet meer dan 3500 kg die zijn ingericht voor het vervoer van lading;
e. speciale voertuigen: wegvoertuigen met een maximaal toegestane massa van meer dan 3500 kg die niet zijn ingericht voor het vervoer van personen of lading of voor het voortbewegen van een aanhangwagen of oplegger;
f. vaartuigen: bedrijfsmatig gebruikte vaartuigen, bestemd voor het verrichten van werkzaamheden op of aan de Nederlandse vaarwegen en het transport van goederen en personen over die vaarwegen, met inbegrip van de territoriale zee van Nederland.