BWBR0010278
Geldig vanaf 1999-02-24
Artikel 11
Regeling milieugerichte technologie 1999
1. In afwijking van artikel 4is het maximale subsidiebedrag voor toepassingsprojecten: f 25.000,- per personen- of bestelauto.
2. In afwijking van artikel 3:
a. kan de berekening van het uurloon en de vaststelling van het opslagpercentage voor algemene kosten met inbegrip van indirecte loonkosten en kosten van toezichthoudend personeel geschieden overeenkomstig een voor de gehele organisatie van de subsidie-aanvrager geldende en controleerbare methodiek, en
b. worden de kosten terzake de verwerving van kennis en intellectuele eigendomsrechten, alsmede terzake de bescherming van die rechten, niet tot de subsidiabele kosten gerekend.
3. Kosten die zijn gemaakt ten behoeve van de subsidie-aanvraag worden niet tot de subsidiabele kosten gerekend.
4. In voorkomende gevallen worden kostenbesparingen die gedurende de looptijd van een project voortvloeien uit het gebruik van goedkopere brandstof, ter bepaling van de subsidiabele kosten verrekend met de overige projectkosten.
5. Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 1999 bedraagt f 10.000.000,-.
6. Bij de subsidieverlening wordt beslist in de volgorde van ontvangst van de aanvragen met dien verstande dat, wanneer de subsidie-aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de subsidie-aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen, als datum van ontvangst van de subsidie-aanvraag geldt.
2. In afwijking van artikel 3:
a. kan de berekening van het uurloon en de vaststelling van het opslagpercentage voor algemene kosten met inbegrip van indirecte loonkosten en kosten van toezichthoudend personeel geschieden overeenkomstig een voor de gehele organisatie van de subsidie-aanvrager geldende en controleerbare methodiek, en
b. worden de kosten terzake de verwerving van kennis en intellectuele eigendomsrechten, alsmede terzake de bescherming van die rechten, niet tot de subsidiabele kosten gerekend.
3. Kosten die zijn gemaakt ten behoeve van de subsidie-aanvraag worden niet tot de subsidiabele kosten gerekend.
4. In voorkomende gevallen worden kostenbesparingen die gedurende de looptijd van een project voortvloeien uit het gebruik van goedkopere brandstof, ter bepaling van de subsidiabele kosten verrekend met de overige projectkosten.
5. Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 1999 bedraagt f 10.000.000,-.
6. Bij de subsidieverlening wordt beslist in de volgorde van ontvangst van de aanvragen met dien verstande dat, wanneer de subsidie-aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de subsidie-aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen, als datum van ontvangst van de subsidie-aanvraag geldt.