BWBR0010278
Geldig vanaf 1999-02-24
Artikel 2
Regeling milieugerichte technologie 1999
1. Subsidie kan worden verleend, indien de subsidie-aanvrager in hoofdzaak in Nederland een project uitvoert dat, mede gelet op de in het tweede lid genoemde aspecten, voorzover deze van toepassing zijn, naar het oordeel van de minister bijdraagt aan de realisering van de doelstellingen van een subsidieprogramma als bedoeld in deze regeling.
2. De aspecten, bedoeld in het eerste lid, zijn ten minste:
a. de milieuverdienste van het project;
b. de kosten van het project;
c. de oorspronkelijkheid van het project;
d. de slaagkans van het project;
e. de hoeveelheid relevante informatie die met het project aan de bestaande kennis wordt toegevoegd;
f. de doelmatigheid waarmee door middel van het project kennis kan worden verspreid;
g. de toepassingsmogelijkheden van producten, apparaten, systemen of technieken, waarop het project betrekking heeft en de markt daarvoor;
h. het belang van het project voor andere gepubliceerde doelstellingen van overheidsbeleid.
2. De aspecten, bedoeld in het eerste lid, zijn ten minste:
a. de milieuverdienste van het project;
b. de kosten van het project;
c. de oorspronkelijkheid van het project;
d. de slaagkans van het project;
e. de hoeveelheid relevante informatie die met het project aan de bestaande kennis wordt toegevoegd;
f. de doelmatigheid waarmee door middel van het project kennis kan worden verspreid;
g. de toepassingsmogelijkheden van producten, apparaten, systemen of technieken, waarop het project betrekking heeft en de markt daarvoor;
h. het belang van het project voor andere gepubliceerde doelstellingen van overheidsbeleid.