BWBR0010278
Geldig vanaf 1999-02-24
Artikel 6
Regeling milieugerichte technologie 1999
1. Het Subsidieprogramma Milieu & Technologie 1999 heeft als doel het bevorderen van de praktische toepassing van milieugerichte technologie.
2. Een project komt voor subsidie in aanmerking, indien:
a. het een haalbaarheids-, onderzoeks- of ontwikkelings-, kennisoverdracht- of demonstratieproject betreft;
b. het project betrekking heeft op: 1º. de basismetaalindustrie;
2º. de betonmortel- en betonproduten-industrie;
3º. de chemische industrie;
4º. de grafische industrie en verpakkingsdrukkerijen;
5º. de metalectro-industrie;
6º. de papier- en kartonindustrie;
7º. de textiel- en tapijtindustrie, of
8º. de voedings- en genotmiddelenindustrie, en
1º. de basismetaalindustrie;
2º. de betonmortel- en betonproduten-industrie;
3º. de chemische industrie;
4º. de grafische industrie en verpakkingsdrukkerijen;
5º. de metalectro-industrie;
6º. de papier- en kartonindustrie;
7º. de textiel- en tapijtindustrie, of
8º. de voedings- en genotmiddelenindustrie, en
c. het project betrekking heeft op ten minste één van de volgende milieuknelpunten: 1º. emissies naar de lucht: van de verzurende stoffen NOx, SO2, VOS en NH3;
door verspreiding van fijn en grof stof, zware metalen, fluoriden, ozon, koolmonoxide, of
door verstoring door geur;
van de verzurende stoffen NOx, SO2, VOS en NH3;
door verspreiding van fijn en grof stof, zware metalen, fluoriden, ozon, koolmonoxide, of
door verstoring door geur;
2º. emissies naar water door: vermesting door fosfor- en stikstofverbindingen, of
verspreiding van zware metalen, benzeen, kleurstoffen;
vermesting door fosfor- en stikstofverbindingen, of
verspreiding van zware metalen, benzeen, kleurstoffen;
3º. afvalverwijdering: preventie en het hergebruik van afvalstoffen;
zuiveringsslib, of
beitsbaden;
preventie en het hergebruik van afvalstoffen;
zuiveringsslib, of
beitsbaden;
4º. grondstofgebruik: bestrijding van verdroging door besparing van grondwaterwinning en waterverbruik, alsmede door hergebruik van afvalwater, of
beperking van de verwijdering van afvalstoffen door het opwerken van reststromen.
bestrijding van verdroging door besparing van grondwaterwinning en waterverbruik, alsmede door hergebruik van afvalwater, of
beperking van de verwijdering van afvalstoffen door het opwerken van reststromen.
1º. emissies naar de lucht: van de verzurende stoffen NOx, SO2, VOS en NH3;
door verspreiding van fijn en grof stof, zware metalen, fluoriden, ozon, koolmonoxide, of
door verstoring door geur;
van de verzurende stoffen NOx, SO2, VOS en NH3;
door verspreiding van fijn en grof stof, zware metalen, fluoriden, ozon, koolmonoxide, of
door verstoring door geur;
2º. emissies naar water door: vermesting door fosfor- en stikstofverbindingen, of
verspreiding van zware metalen, benzeen, kleurstoffen;
vermesting door fosfor- en stikstofverbindingen, of
verspreiding van zware metalen, benzeen, kleurstoffen;
3º. afvalverwijdering: preventie en het hergebruik van afvalstoffen;
zuiveringsslib, of
beitsbaden;
preventie en het hergebruik van afvalstoffen;
zuiveringsslib, of
beitsbaden;
4º. grondstofgebruik: bestrijding van verdroging door besparing van grondwaterwinning en waterverbruik, alsmede door hergebruik van afvalwater, of
beperking van de verwijdering van afvalstoffen door het opwerken van reststromen.
bestrijding van verdroging door besparing van grondwaterwinning en waterverbruik, alsmede door hergebruik van afvalwater, of
beperking van de verwijdering van afvalstoffen door het opwerken van reststromen.
3. Een project komt voorts voor subsidie in aanmerking, indien:
a. het een haalbaarheids- of onderzoeks- of ontwikkelingsproject betreft;
b. het project betrekking heeft op innovatieve technologische herontwerpen van productieprocessen, niet zijnde end-of-pipe technologie, en
c. het project zich richt op het bereiken van aanzienlijke verbeteringen in de milieu-efficiëntie binnen de doelgroep Industrie, zoals omschreven in het Nationaal Milieubeleidsplan 3 (kamerstukken II 97/98, 25887, nr.1), waarbij het efficiënt gebruik van grondstoffen, energie en water centraal moet staan.
4. Een project komt niet voor subsidie in aanmerking, indien:
a. deze betrekking heeft op logistiek, milieuzorg of kwaliteitszorg,
b. het een onderzoeks- of ontwikkelingsproject betreft, waarvan de subsidiabele kosten lager zijn dan f 25.000,-;
c. het een demonstratieproject betreft waarvan de subsidiabele kosten lager zijn dan f 50.000,-, of
d. het een kennisoverdrachtsproject betreft waarbij geen branche-organisatie is betrokken.
5. Bij de beoordeling van subsidie-aanvragen worden naast de in artikel 2, tweede lid, bedoelde aspecten betrokken:
a. de mate waarin sprake is van betrokkenheid bij het project van verschillende onderdelen van de bedrijfskolom;
b. de mate waarin sprake is van betrokkenheid bij het project van degenen die de beschikbaar komende technologie gebruiken, alsmede degenen die de beschikbaar komende technologie ontwikkelen.
6. In afwijking van artikel 4is het maximale subsidiepercentage van de subsidiabele kosten, onderscheidenlijk het maximale subsidiebedrag, voor:
a. haalbaarheidsprojecten: 80% tot een maximaal subsidiebedrag van f 75.000,-;
b. onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten: 50% tot een maximaal subsidiebedrag van f 500.000,-;
c. kennisoverdrachtprojecten: 50% tot een maximaal subsidiebedrag van f 25.000,-;
d. demonstratieprojecten: 35% voorzover de subsidiabele kosten niet meer bedragen dan f 1.000.000,-, en voorzover de subsidiabele kosten meer bedragen dan f 1.000.000,-, over het meerdere 25%, met dien verstande dat het maximale subsidiebedrag niet meer is dan f 500.000,-.
7. In afwijking van artikel 3:
a. kan de berekening van het uurloon en de vaststelling van het opslagpercentage voor algemene kosten met inbegrip van indirecte loonkosten en kosten van toezichthoudend personeel geschieden overeenkomstig een voor de gehele organisatie van de subsidie-aanvrager geldende en controleerbare methodiek, en
b. worden de kosten terzake van de verwerving van kennis en intellectuele eigendomsrechten of de bescherming van die rechten, niet tot de subsidiabele kosten gerekend.
8. Kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van de subsidie-aanvraag, worden niet tot de subsidiabele kosten gerekend.
9. Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 1999 bedraagt f 6.500.000,-.
10. Bij de subsidieverlening wordt beslist in de volgorde van ontvangst van de aanvragen met dien verstande dat, wanneer de subsidie-aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de subsidie-aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen, als datum van ontvangst van de subsidie-aanvraag geldt.
11. Een subsidie-aanvraag kan worden ingediend door bedrijven, (onderzoek)-instellingen, universiteiten en andere organisaties, die niet tot de rijksoverheid behoren.
12. Subsidie-aanvragen worden ingediend voor 1 november 1999 bij de Nederlandse onderneming voor energie en milieu BV, met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier.
2. Een project komt voor subsidie in aanmerking, indien:
a. het een haalbaarheids-, onderzoeks- of ontwikkelings-, kennisoverdracht- of demonstratieproject betreft;
b. het project betrekking heeft op: 1º. de basismetaalindustrie;
2º. de betonmortel- en betonproduten-industrie;
3º. de chemische industrie;
4º. de grafische industrie en verpakkingsdrukkerijen;
5º. de metalectro-industrie;
6º. de papier- en kartonindustrie;
7º. de textiel- en tapijtindustrie, of
8º. de voedings- en genotmiddelenindustrie, en
1º. de basismetaalindustrie;
2º. de betonmortel- en betonproduten-industrie;
3º. de chemische industrie;
4º. de grafische industrie en verpakkingsdrukkerijen;
5º. de metalectro-industrie;
6º. de papier- en kartonindustrie;
7º. de textiel- en tapijtindustrie, of
8º. de voedings- en genotmiddelenindustrie, en
c. het project betrekking heeft op ten minste één van de volgende milieuknelpunten: 1º. emissies naar de lucht: van de verzurende stoffen NOx, SO2, VOS en NH3;
door verspreiding van fijn en grof stof, zware metalen, fluoriden, ozon, koolmonoxide, of
door verstoring door geur;
van de verzurende stoffen NOx, SO2, VOS en NH3;
door verspreiding van fijn en grof stof, zware metalen, fluoriden, ozon, koolmonoxide, of
door verstoring door geur;
2º. emissies naar water door: vermesting door fosfor- en stikstofverbindingen, of
verspreiding van zware metalen, benzeen, kleurstoffen;
vermesting door fosfor- en stikstofverbindingen, of
verspreiding van zware metalen, benzeen, kleurstoffen;
3º. afvalverwijdering: preventie en het hergebruik van afvalstoffen;
zuiveringsslib, of
beitsbaden;
preventie en het hergebruik van afvalstoffen;
zuiveringsslib, of
beitsbaden;
4º. grondstofgebruik: bestrijding van verdroging door besparing van grondwaterwinning en waterverbruik, alsmede door hergebruik van afvalwater, of
beperking van de verwijdering van afvalstoffen door het opwerken van reststromen.
bestrijding van verdroging door besparing van grondwaterwinning en waterverbruik, alsmede door hergebruik van afvalwater, of
beperking van de verwijdering van afvalstoffen door het opwerken van reststromen.
1º. emissies naar de lucht: van de verzurende stoffen NOx, SO2, VOS en NH3;
door verspreiding van fijn en grof stof, zware metalen, fluoriden, ozon, koolmonoxide, of
door verstoring door geur;
van de verzurende stoffen NOx, SO2, VOS en NH3;
door verspreiding van fijn en grof stof, zware metalen, fluoriden, ozon, koolmonoxide, of
door verstoring door geur;
2º. emissies naar water door: vermesting door fosfor- en stikstofverbindingen, of
verspreiding van zware metalen, benzeen, kleurstoffen;
vermesting door fosfor- en stikstofverbindingen, of
verspreiding van zware metalen, benzeen, kleurstoffen;
3º. afvalverwijdering: preventie en het hergebruik van afvalstoffen;
zuiveringsslib, of
beitsbaden;
preventie en het hergebruik van afvalstoffen;
zuiveringsslib, of
beitsbaden;
4º. grondstofgebruik: bestrijding van verdroging door besparing van grondwaterwinning en waterverbruik, alsmede door hergebruik van afvalwater, of
beperking van de verwijdering van afvalstoffen door het opwerken van reststromen.
bestrijding van verdroging door besparing van grondwaterwinning en waterverbruik, alsmede door hergebruik van afvalwater, of
beperking van de verwijdering van afvalstoffen door het opwerken van reststromen.
3. Een project komt voorts voor subsidie in aanmerking, indien:
a. het een haalbaarheids- of onderzoeks- of ontwikkelingsproject betreft;
b. het project betrekking heeft op innovatieve technologische herontwerpen van productieprocessen, niet zijnde end-of-pipe technologie, en
c. het project zich richt op het bereiken van aanzienlijke verbeteringen in de milieu-efficiëntie binnen de doelgroep Industrie, zoals omschreven in het Nationaal Milieubeleidsplan 3 (kamerstukken II 97/98, 25887, nr.1), waarbij het efficiënt gebruik van grondstoffen, energie en water centraal moet staan.
4. Een project komt niet voor subsidie in aanmerking, indien:
a. deze betrekking heeft op logistiek, milieuzorg of kwaliteitszorg,
b. het een onderzoeks- of ontwikkelingsproject betreft, waarvan de subsidiabele kosten lager zijn dan f 25.000,-;
c. het een demonstratieproject betreft waarvan de subsidiabele kosten lager zijn dan f 50.000,-, of
d. het een kennisoverdrachtsproject betreft waarbij geen branche-organisatie is betrokken.
5. Bij de beoordeling van subsidie-aanvragen worden naast de in artikel 2, tweede lid, bedoelde aspecten betrokken:
a. de mate waarin sprake is van betrokkenheid bij het project van verschillende onderdelen van de bedrijfskolom;
b. de mate waarin sprake is van betrokkenheid bij het project van degenen die de beschikbaar komende technologie gebruiken, alsmede degenen die de beschikbaar komende technologie ontwikkelen.
6. In afwijking van artikel 4is het maximale subsidiepercentage van de subsidiabele kosten, onderscheidenlijk het maximale subsidiebedrag, voor:
a. haalbaarheidsprojecten: 80% tot een maximaal subsidiebedrag van f 75.000,-;
b. onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten: 50% tot een maximaal subsidiebedrag van f 500.000,-;
c. kennisoverdrachtprojecten: 50% tot een maximaal subsidiebedrag van f 25.000,-;
d. demonstratieprojecten: 35% voorzover de subsidiabele kosten niet meer bedragen dan f 1.000.000,-, en voorzover de subsidiabele kosten meer bedragen dan f 1.000.000,-, over het meerdere 25%, met dien verstande dat het maximale subsidiebedrag niet meer is dan f 500.000,-.
7. In afwijking van artikel 3:
a. kan de berekening van het uurloon en de vaststelling van het opslagpercentage voor algemene kosten met inbegrip van indirecte loonkosten en kosten van toezichthoudend personeel geschieden overeenkomstig een voor de gehele organisatie van de subsidie-aanvrager geldende en controleerbare methodiek, en
b. worden de kosten terzake van de verwerving van kennis en intellectuele eigendomsrechten of de bescherming van die rechten, niet tot de subsidiabele kosten gerekend.
8. Kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van de subsidie-aanvraag, worden niet tot de subsidiabele kosten gerekend.
9. Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 1999 bedraagt f 6.500.000,-.
10. Bij de subsidieverlening wordt beslist in de volgorde van ontvangst van de aanvragen met dien verstande dat, wanneer de subsidie-aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de subsidie-aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen, als datum van ontvangst van de subsidie-aanvraag geldt.
11. Een subsidie-aanvraag kan worden ingediend door bedrijven, (onderzoek)-instellingen, universiteiten en andere organisaties, die niet tot de rijksoverheid behoren.
12. Subsidie-aanvragen worden ingediend voor 1 november 1999 bij de Nederlandse onderneming voor energie en milieu BV, met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier.