BWBR0009679
Geldig vanaf 1998-06-16
Artikel 3
Uitvoeringsregeling reclassering
1. De aanwijzing kan worden geschorst, indien de reclasseringswerker op ernstige wijze tekortschiet in de uitoefening van zijn taak.
2. De aanwijzing kan worden ingetrokken, indien blijkt van omstandigheden die, hadden zij zich voorgedaan of waren zij bekend geweest ten tijde van de aanwijzing, zouden hebben geleid tot het niet verlenen van die aanwijzing.
3. De aanwijzing kan worden ingetrokken na beëindiging van de werkzaamheden als reclasseringswerker en wordt in ieder geval ingetrokken na beëindiging van het dienstverband met de stichting of de reclasseringsinstelling.
2. De aanwijzing kan worden ingetrokken, indien blijkt van omstandigheden die, hadden zij zich voorgedaan of waren zij bekend geweest ten tijde van de aanwijzing, zouden hebben geleid tot het niet verlenen van die aanwijzing.
3. De aanwijzing kan worden ingetrokken na beëindiging van de werkzaamheden als reclasseringswerker en wordt in ieder geval ingetrokken na beëindiging van het dienstverband met de stichting of de reclasseringsinstelling.