BWBR0009679
Geldig vanaf 1998-06-16
Artikel 15
Uitvoeringsregeling reclassering
1. De stichting vormt een egalisatiereserve.
2. Het verschil tussen de vastgestelde subsidie en de kosten van de reclasseringswerkzaamheden waarvoor de subsidie is verleend, komt ten gunste onderscheidenlijk ten laste van de egalisatiereserve.
3. De egalisatiereserve wordt uitsluitend aangewend voor uitgaven die in overeenstemming zijn met het activiteitenplan waarop de subsidie is verleend.
4. De egalisatiereserve wordt zo hoog rentend en zo veilig als redelijkerwijs mogelijk is, belegd.
5. De van de egalisatiereserve genoten rente wordt aan de egalisatiereserve toegevoegd.
6. Per boekjaar mag de toevoeging aan de egalisatiereserve niet meer bedragen dan 5% van de laatst vastgestelde subsidie plus genoten rente, waarbij het totaal van de opgebouwde egalisatiereserve niet meer mag bedragen dan € 4 600 000.
7. Is de egalisatiereserve niet toereikend om het tekort te dekken, dan wordt in het volgende boekjaar aan de Minister een plan van aanpak overgelegd om dit tekort op te heffen. Blijkt na uitvoering van het plan het tekort nog te bestaan, dan kan het tekort ten laste komen van het resterend eigen vermogen.
2. Het verschil tussen de vastgestelde subsidie en de kosten van de reclasseringswerkzaamheden waarvoor de subsidie is verleend, komt ten gunste onderscheidenlijk ten laste van de egalisatiereserve.
3. De egalisatiereserve wordt uitsluitend aangewend voor uitgaven die in overeenstemming zijn met het activiteitenplan waarop de subsidie is verleend.
4. De egalisatiereserve wordt zo hoog rentend en zo veilig als redelijkerwijs mogelijk is, belegd.
5. De van de egalisatiereserve genoten rente wordt aan de egalisatiereserve toegevoegd.
6. Per boekjaar mag de toevoeging aan de egalisatiereserve niet meer bedragen dan 5% van de laatst vastgestelde subsidie plus genoten rente, waarbij het totaal van de opgebouwde egalisatiereserve niet meer mag bedragen dan € 4 600 000.
7. Is de egalisatiereserve niet toereikend om het tekort te dekken, dan wordt in het volgende boekjaar aan de Minister een plan van aanpak overgelegd om dit tekort op te heffen. Blijkt na uitvoering van het plan het tekort nog te bestaan, dan kan het tekort ten laste komen van het resterend eigen vermogen.