BWBR0009679
Geldig vanaf 1998-06-16
Artikel 12
Uitvoeringsregeling reclassering
1. De jaarrekening, als bedoeld in artikel 26, tweede lid, onder a, van de Reclasseringsregeling 1995bestaat uit de balans en de exploitatierekening met een toelichting.
2. De jaarrekening geeft in samenhang met het jaarverslag, als bedoeld in artikel 26, tweede lid, onder b, van de Reclasseringsregeling 1995, en volgens normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd, een zodanig inzicht dat de Minister een verantwoord oordeel kan vormen omtrent:
a. het vermogen en het exploitatiesaldo, en
b. de solvabiliteit en de liquiditeit van de stichting, voorzover de aard van de jaarrekening dat toelaat.
3. De balans met de toelichting, alsmede de exploitatierekening geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte en de samenstelling in actief- en passiefposten van het vermogen op het einde van het boekjaar weer.
4. De exploitatierekening met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte van het exploitatiesaldo op het einde van het boekjaar weer.
5. De jaarrekening sluit aan op de begroting, waarvoor subsidie is verleend en op de subsidieverlening van dat jaar. Zij behelst een vergelijking met de gerealiseerde producten, de werkelijke uitgaven voor de projecten en de centrale budgetten, in het jaar voorafgaand aan het boekjaar.
6. De jaarrekening behelst tevens een getrouwe en duidelijke verantwoording van de bouwrekening in het kader van de financiering van de herhuisvesting van de reclassering.
7. De accountant verstrekt aan het Ministerie in het kader van de jaarrekening een afzonderlijke mededeling met de zogenoemde foutenfractie per product. Deze foutenfractie is samengesteld uit de door de stichting opgegeven aantallen producten en het gedeelte dat verantwoord wordt in de jaarrekening.
2. De jaarrekening geeft in samenhang met het jaarverslag, als bedoeld in artikel 26, tweede lid, onder b, van de Reclasseringsregeling 1995, en volgens normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd, een zodanig inzicht dat de Minister een verantwoord oordeel kan vormen omtrent:
a. het vermogen en het exploitatiesaldo, en
b. de solvabiliteit en de liquiditeit van de stichting, voorzover de aard van de jaarrekening dat toelaat.
3. De balans met de toelichting, alsmede de exploitatierekening geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte en de samenstelling in actief- en passiefposten van het vermogen op het einde van het boekjaar weer.
4. De exploitatierekening met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte van het exploitatiesaldo op het einde van het boekjaar weer.
5. De jaarrekening sluit aan op de begroting, waarvoor subsidie is verleend en op de subsidieverlening van dat jaar. Zij behelst een vergelijking met de gerealiseerde producten, de werkelijke uitgaven voor de projecten en de centrale budgetten, in het jaar voorafgaand aan het boekjaar.
6. De jaarrekening behelst tevens een getrouwe en duidelijke verantwoording van de bouwrekening in het kader van de financiering van de herhuisvesting van de reclassering.
7. De accountant verstrekt aan het Ministerie in het kader van de jaarrekening een afzonderlijke mededeling met de zogenoemde foutenfractie per product. Deze foutenfractie is samengesteld uit de door de stichting opgegeven aantallen producten en het gedeelte dat verantwoord wordt in de jaarrekening.