BWBR0009258
Geldig vanaf 1998-01-23
Artikel 6
Subsidiebesluit voogdij- en gezinsvoogdij-instellingen
1. Vóór 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het boekjaar dient de instelling bij Onze Minister een aanvraag van de subsidie in.
2. De aanvraag van de subsidie gaat vergezeld van een activiteitenplan en een begroting als bedoeld in artikel 4:61 van de Algemene wet bestuursrechtalsmede van een werkplan als bedoeld in artikel 2 van het Besluit kwaliteitsregels en taken voogdij- en gezinsvoogdij-instellingen, tenzij dit werkplan reeds bij een eerder ingediende aanvraag van de subsidie is overgelegd en zich geen veranderingen hebben voorgedaan die leiden tot bijstelling van dit plan.
3. Het activiteitenplan behelst behalve hetgeen is bepaald in artikel 4:62 van de Algemene wet bestuursrecht, tevens een overzicht van de personen die binnen het kader van de doelstelling activiteiten verrichten ten behoeve van de instelling. Dit overzicht bevat in ieder geval de namen van de personen, hun functie en het aantal uren dat zij voor de instelling activiteiten verrichten.
2. De aanvraag van de subsidie gaat vergezeld van een activiteitenplan en een begroting als bedoeld in artikel 4:61 van de Algemene wet bestuursrechtalsmede van een werkplan als bedoeld in artikel 2 van het Besluit kwaliteitsregels en taken voogdij- en gezinsvoogdij-instellingen, tenzij dit werkplan reeds bij een eerder ingediende aanvraag van de subsidie is overgelegd en zich geen veranderingen hebben voorgedaan die leiden tot bijstelling van dit plan.
3. Het activiteitenplan behelst behalve hetgeen is bepaald in artikel 4:62 van de Algemene wet bestuursrecht, tevens een overzicht van de personen die binnen het kader van de doelstelling activiteiten verrichten ten behoeve van de instelling. Dit overzicht bevat in ieder geval de namen van de personen, hun functie en het aantal uren dat zij voor de instelling activiteiten verrichten.