BWBR0009258
Geldig vanaf 1998-01-23
Artikel 18
Subsidiebesluit voogdij- en gezinsvoogdij-instellingen
1. Onze Minister kan een subsidieplafond vaststellen voor de subsidies voor bijzondere projecten en doeleinden.
2. Van het besluit, bedoeld in het eerste lid, en van de wijze waarop het beschikbare bedrag wordt verdeeld, wordt mededeling gedaan in het plan, bedoeld in artikel 8van de wet.
3. Onze Minister geeft bij de verdeling van het beschikbare bedrag die aanvragen voorrang, waarvan de inwilliging in vergelijking met andere aanvragen naar verwachting:
a. van meer belang is voor het beleid waarvoor Onze Minister verantwoordelijkheid draagt, en
b. meer zal bijdragen aan de verwezenlijking van het doel van de subsidie.
4. Indien met toepassing van het derde lid geen voorrang kan worden bepaald, verdeelt Onze Minister het beschikbare subsidiebedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen.
2. Van het besluit, bedoeld in het eerste lid, en van de wijze waarop het beschikbare bedrag wordt verdeeld, wordt mededeling gedaan in het plan, bedoeld in artikel 8van de wet.
3. Onze Minister geeft bij de verdeling van het beschikbare bedrag die aanvragen voorrang, waarvan de inwilliging in vergelijking met andere aanvragen naar verwachting:
a. van meer belang is voor het beleid waarvoor Onze Minister verantwoordelijkheid draagt, en
b. meer zal bijdragen aan de verwezenlijking van het doel van de subsidie.
4. Indien met toepassing van het derde lid geen voorrang kan worden bepaald, verdeelt Onze Minister het beschikbare subsidiebedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen.