BWBR0009258
Geldig vanaf 1998-01-23
Artikel 10
Subsidiebesluit voogdij- en gezinsvoogdij-instellingen
1. De instelling vormt een egalisatiereserve.
2. De egalisatiereserve mag uitsluitend worden aangewend voor uitgaven die in overeenstemming zijn met het activiteitenplan en het werkplan, bedoeld in artikel 6.
3. Per boekjaar mag de toevoeging aan de egalisatiereserve niet meer bedragen dan 5% van de vastgestelde subsidie, inclusief genoten rente, waarbij het totaal van de opgebouwde egalisatiereserve niet meer mag bedragen dan € 454 000.
4. Een subsidietekort komt ten laste van de egalisatiereserve van de instelling. Is de egalisatiereserve niet toereikend, dan wordt in het navolgend boekjaar aan Onze Minister een plan van aanpak overgelegd om dit tekort op te heffen. Alsdan kan het subsidietekort ten laste komen van het eigen vermogen.
5. Onze Minister kan nadere regels stellen inzake het beheer van de egalisatiereserve.
2. De egalisatiereserve mag uitsluitend worden aangewend voor uitgaven die in overeenstemming zijn met het activiteitenplan en het werkplan, bedoeld in artikel 6.
3. Per boekjaar mag de toevoeging aan de egalisatiereserve niet meer bedragen dan 5% van de vastgestelde subsidie, inclusief genoten rente, waarbij het totaal van de opgebouwde egalisatiereserve niet meer mag bedragen dan € 454 000.
4. Een subsidietekort komt ten laste van de egalisatiereserve van de instelling. Is de egalisatiereserve niet toereikend, dan wordt in het navolgend boekjaar aan Onze Minister een plan van aanpak overgelegd om dit tekort op te heffen. Alsdan kan het subsidietekort ten laste komen van het eigen vermogen.
5. Onze Minister kan nadere regels stellen inzake het beheer van de egalisatiereserve.