BWBR0007708
Geldig vanaf 2005-06-23
Artikel 9t
Besluit toezicht effectenverkeer 1995
1. Indien van een vast bod de prijs of ruilverhouding openbaar wordt medegedeeld, deelt de bieder eventuele voorwaarden waarvan hij zijn verplichting tot nakoming van het bod afhankelijk stelt, uiterlijk gelijktijdig met het uitbrengen van die mededeling openbaar mede. De verplichting tot nakoming van het bod mag niet afhankelijk worden gesteld van een voorwaarde, waarvan de vervulling afhangt van de wil van de bieder.
2. In afwijking van het eerste lid deelt de bieder, indien hij een of meer van de na te noemen voorwaarden wil stellen, deze uiterlijk gelijktijdig met de verkrijgbaarstelling van het biedingsbericht openbaar mede:
a. de voorwaarde dat ten minste een in het biedingsbericht te bepalen waarde of aantal van de effecten voor het einde van de aanmeldingstermijn zal zijn aangemeld;
b. de voorwaarde dat voor het einde van de aanmeldingstermijn geen openbare mededeling wordt gedaan, waaruit voor het eerst blijkt dat een derde een openbaar bod op dezelfde effecten voorbereidt of aankondigt dan wel het recht heeft verkregen of de toezegging heeft gedaan tot het nemen van door de doelvennootschap uit te geven effecten;
c. de voorwaarde dat voor het einde van de aanmeldingstermijn zich geen feiten of omstandigheden voordoen die de bieder ten tijde van de openbare mededeling van de prijs of ruilverhouding niet bekend waren of hoefden te zijn en die van zodanig essentiële aard zijn dat in redelijkheid niet van de bieder verwacht kan worden dat deze het bod gestand doet.
3. Zodra is komen vast te staan dat een door de bieder gestelde voorwaarde als bedoeld in het eerste lid of in het tweede lid, onder b of c, niet wordt vervuld, deelt de bieder dit onverwijld openbaar mede, alsmede zijn beslissing of op grond daarvan het bod wordt ingetrokken.
4. Uiterlijk op de vijfde beursdag na het einde van de aanmeldingstermijn deelt de bieder openbaar mede of hij het bod gestand doet dan wel dat nog onzekerheid bestaat over de vervulling van een door hem gestelde voorwaarde, onder vermelding van de waarde of aantal van de ingevolge het bod aangemelde effecten en in geval van niet gestanddoening de reden daarvan.
2. In afwijking van het eerste lid deelt de bieder, indien hij een of meer van de na te noemen voorwaarden wil stellen, deze uiterlijk gelijktijdig met de verkrijgbaarstelling van het biedingsbericht openbaar mede:
a. de voorwaarde dat ten minste een in het biedingsbericht te bepalen waarde of aantal van de effecten voor het einde van de aanmeldingstermijn zal zijn aangemeld;
b. de voorwaarde dat voor het einde van de aanmeldingstermijn geen openbare mededeling wordt gedaan, waaruit voor het eerst blijkt dat een derde een openbaar bod op dezelfde effecten voorbereidt of aankondigt dan wel het recht heeft verkregen of de toezegging heeft gedaan tot het nemen van door de doelvennootschap uit te geven effecten;
c. de voorwaarde dat voor het einde van de aanmeldingstermijn zich geen feiten of omstandigheden voordoen die de bieder ten tijde van de openbare mededeling van de prijs of ruilverhouding niet bekend waren of hoefden te zijn en die van zodanig essentiële aard zijn dat in redelijkheid niet van de bieder verwacht kan worden dat deze het bod gestand doet.
3. Zodra is komen vast te staan dat een door de bieder gestelde voorwaarde als bedoeld in het eerste lid of in het tweede lid, onder b of c, niet wordt vervuld, deelt de bieder dit onverwijld openbaar mede, alsmede zijn beslissing of op grond daarvan het bod wordt ingetrokken.
4. Uiterlijk op de vijfde beursdag na het einde van de aanmeldingstermijn deelt de bieder openbaar mede of hij het bod gestand doet dan wel dat nog onzekerheid bestaat over de vervulling van een door hem gestelde voorwaarde, onder vermelding van de waarde of aantal van de ingevolge het bod aangemelde effecten en in geval van niet gestanddoening de reden daarvan.