BWBR0007708
Geldig vanaf 2005-06-23
Artikel 2
Besluit toezicht effectenverkeer 1995
1. Een prospectus bevat de gegevens die, gelet op de aard van de uitgevende instelling en van de aangeboden effecten, redelijkerwijs van belang zijn voor de beoordeling van het vermogen, de financiële positie, het resultaat en de vooruitzichten van de uitgevende instelling en van de rechten en verplichtingen die aan de effecten verbonden zijn.
2. Een prospectus bevat ten minste de volgende gegevens:
a. voor aandeelbewijzen, optiebewijzen, warrants, inschrijvingen in aandelenregisters, winst- en oprichtersbewijzen, rechten van deelgenootschap, en soortgelijke waardepapieren dan wel rechten: de gegevens, bedoeld in de rubrieken 1.1 tot en met 9.2 en 10.1 tot en met 10.20 van de bij dit besluit behorende bijlage;
b. voor schuldbrieven, inschrijvingen in schuldregisters, en soortgelijke waardepapieren dan wel rechten: de gegevens, bedoeld in de rubrieken 1.1 tot en met 9.2 en 11.1 tot en met 11.24 van de bij dit besluit behorende bijlage;
c. voor certificaten van aandelen en soortgelijke waardepapieren: de gegevens, bedoeld in de rubrieken 12.1 tot en met 13.7 van de bij dit besluit behorende bijlage alsmede, indien de instelling die de oorspronkelijke effecten uitgeeft niet de instelling is die de certificaten uitgeeft, met betrekking tot de onderliggende waarden de gegevens als bedoeld in de rubrieken 1.1 tot en met 9.2 en 10.1 tot en met 10.20 van de bij dit besluit behorende bijlage;
d. voor opties en soortgelijke rechten: de gegevens, bedoeld in de rubrieken 14.1 tot en met 20.5 en 21.1 tot en met 21.7 van de bij dit besluit behorende bijlage;
e. voor rechten op overdracht op termijn van goederen: de gegevens, bedoeld in de rubrieken 14.1 tot en met 20.5 en 22.1 tot en met 22.7 van de bij dit besluit behorende bijlage;
f. voor recepissen van waarden als hiervoor bedoeld: de gegevens, bedoeld in de rubrieken van de bij dit besluit behorende bijlage die van toepassing zijn op de effecten waarvoor de recepissen worden uitgegeven.
3. Indien de bestaansperiode van de uitgevende instelling korter is dan de tijdsduur, genoemd in de verschillende rubrieken waarnaar in het tweede lid wordt verwezen, behoeft de informatie slechts voor de bestaansperiode van de uitgevende instelling te worden verstrekt onder opgave van redenen daarvan in het prospectus.
4. De toezichthoudende autoriteit kan verlangen dat een prospectus in een of meer door hem te bepalen talen wordt gesteld indien dit, gelet op de voorgenomen of mogelijke verspreiding van het prospectus, naar het oordeel van de toezichthoudende autoriteit noodzakelijk is voor een adequate informatieverschaffing aan de beleggers.
5. De toezichthoudende autoriteit kan regels stellen met betrekking tot de indeling van het prospectus.
2. Een prospectus bevat ten minste de volgende gegevens:
a. voor aandeelbewijzen, optiebewijzen, warrants, inschrijvingen in aandelenregisters, winst- en oprichtersbewijzen, rechten van deelgenootschap, en soortgelijke waardepapieren dan wel rechten: de gegevens, bedoeld in de rubrieken 1.1 tot en met 9.2 en 10.1 tot en met 10.20 van de bij dit besluit behorende bijlage;
b. voor schuldbrieven, inschrijvingen in schuldregisters, en soortgelijke waardepapieren dan wel rechten: de gegevens, bedoeld in de rubrieken 1.1 tot en met 9.2 en 11.1 tot en met 11.24 van de bij dit besluit behorende bijlage;
c. voor certificaten van aandelen en soortgelijke waardepapieren: de gegevens, bedoeld in de rubrieken 12.1 tot en met 13.7 van de bij dit besluit behorende bijlage alsmede, indien de instelling die de oorspronkelijke effecten uitgeeft niet de instelling is die de certificaten uitgeeft, met betrekking tot de onderliggende waarden de gegevens als bedoeld in de rubrieken 1.1 tot en met 9.2 en 10.1 tot en met 10.20 van de bij dit besluit behorende bijlage;
d. voor opties en soortgelijke rechten: de gegevens, bedoeld in de rubrieken 14.1 tot en met 20.5 en 21.1 tot en met 21.7 van de bij dit besluit behorende bijlage;
e. voor rechten op overdracht op termijn van goederen: de gegevens, bedoeld in de rubrieken 14.1 tot en met 20.5 en 22.1 tot en met 22.7 van de bij dit besluit behorende bijlage;
f. voor recepissen van waarden als hiervoor bedoeld: de gegevens, bedoeld in de rubrieken van de bij dit besluit behorende bijlage die van toepassing zijn op de effecten waarvoor de recepissen worden uitgegeven.
3. Indien de bestaansperiode van de uitgevende instelling korter is dan de tijdsduur, genoemd in de verschillende rubrieken waarnaar in het tweede lid wordt verwezen, behoeft de informatie slechts voor de bestaansperiode van de uitgevende instelling te worden verstrekt onder opgave van redenen daarvan in het prospectus.
4. De toezichthoudende autoriteit kan verlangen dat een prospectus in een of meer door hem te bepalen talen wordt gesteld indien dit, gelet op de voorgenomen of mogelijke verspreiding van het prospectus, naar het oordeel van de toezichthoudende autoriteit noodzakelijk is voor een adequate informatieverschaffing aan de beleggers.
5. De toezichthoudende autoriteit kan regels stellen met betrekking tot de indeling van het prospectus.