BWBR0007708
Geldig vanaf 2005-06-23
Artikel 6a
Besluit toezicht effectenverkeer 1995
1. Een uitgevende instelling waarvan effecten als bedoeld in artikel 1a, onderdeel d, tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en waarvan het prospectus op grond van <a href="/wet/BWBR0007657/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3 van de wet</a>door de toezichthoudende autoriteit is goedgekeurd of waarvan het prospectus, indien die effecten na inwerkingtreding van dit besluit tot de handel op een gereglementeerde markt zouden zijn toegelaten, op grond van artikel 1b, eerste lid, door de toezichthoudende autoriteit zou moeten worden goedgekeurd, stelt ten minste jaarlijks een document algemeen verkrijgbaar dat voldoet aan het in het tweede lid bepaalde.
2. Het document, bedoeld in het eerste lid, bevat of verwijst naar:
a. de informatie die met inachtneming van de vierde richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juli 1978 op de grondslag van artikel 54, lid 3, sub g, van het verdrag betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen (PbEG L 222), de zevende richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 juni 1983 op de grondslag van artikel 54, lid 3, sub g van het verdrag betreffende de geconsolideerde jaarrekening (PbEG L 193) en de richtlijn nr. 2001/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 28 mei 2001 betreffende de toelating van effecten tot de officiële notering aan een effectenbeurs en de informatie die over deze effecten moet worden gepubliceerd (PbEG L 184) en verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen (PbEG L 243) is opgesteld en door de uitgevende instelling in de twaalf maanden voorafgaand aan de publicatie van de jaarrekening algemeen verkrijgbaar is gesteld; en
b. de overige informatie die door de uitgevende instelling ingevolge wettelijke regelingen inzake het toezicht op het effectenverkeer in enige staat in de twaalf maanden voorafgaand aan de publicatie van de jaarrekening algemeen verkrijgbaar is gesteld.
3. Indien de uitgevende instelling informatie door middel van verwijzing in het document, bedoeld in het eerste lid, opneemt, wordt aangegeven waar en op welke wijze die informatie kan worden verkregen.
4. De uitgevende instelling, bedoeld in het eerste lid, deponeert het in het eerste lid bedoelde document bij de toezichthoudende autoriteit nadat de jaarrekening is gepubliceerd.
5. Het eerste tot en met het vierde lid zijn niet van toepassing op uitgevende instellingen waarvan uitsluitend effecten zonder aandelenkarakter als bedoeld in artikel 1a, onderdeel f, met een nominale waarde per eenheid van ten minste € 50.000 zijn aangeboden.
2. Het document, bedoeld in het eerste lid, bevat of verwijst naar:
a. de informatie die met inachtneming van de vierde richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juli 1978 op de grondslag van artikel 54, lid 3, sub g, van het verdrag betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen (PbEG L 222), de zevende richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 juni 1983 op de grondslag van artikel 54, lid 3, sub g van het verdrag betreffende de geconsolideerde jaarrekening (PbEG L 193) en de richtlijn nr. 2001/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 28 mei 2001 betreffende de toelating van effecten tot de officiële notering aan een effectenbeurs en de informatie die over deze effecten moet worden gepubliceerd (PbEG L 184) en verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen (PbEG L 243) is opgesteld en door de uitgevende instelling in de twaalf maanden voorafgaand aan de publicatie van de jaarrekening algemeen verkrijgbaar is gesteld; en
b. de overige informatie die door de uitgevende instelling ingevolge wettelijke regelingen inzake het toezicht op het effectenverkeer in enige staat in de twaalf maanden voorafgaand aan de publicatie van de jaarrekening algemeen verkrijgbaar is gesteld.
3. Indien de uitgevende instelling informatie door middel van verwijzing in het document, bedoeld in het eerste lid, opneemt, wordt aangegeven waar en op welke wijze die informatie kan worden verkregen.
4. De uitgevende instelling, bedoeld in het eerste lid, deponeert het in het eerste lid bedoelde document bij de toezichthoudende autoriteit nadat de jaarrekening is gepubliceerd.
5. Het eerste tot en met het vierde lid zijn niet van toepassing op uitgevende instellingen waarvan uitsluitend effecten zonder aandelenkarakter als bedoeld in artikel 1a, onderdeel f, met een nominale waarde per eenheid van ten minste € 50.000 zijn aangeboden.