BWBR0007708
Geldig vanaf 2005-06-23
Artikel 9j
Besluit toezicht effectenverkeer 1995
1. Een partieel bod is gericht tot alle rechthebbenden van de soorten effecten waarop het bod betrekking heeft.
2. Aan alle rechthebbenden van dezelfde soort effecten wordt hetzelfde bod gedaan.
3. De bieder heeft het recht het bod in te trekken indien voor het einde van de aanmeldingstermijn door een derde een openbaar bod op effecten van een of meer dezelfde soorten wordt uitgebracht of het voornemen daartoe openbaar wordt medegedeeld.
4. De bieder kan zijn verplichting tot gestanddoening van het bod afhankelijk stellen van de aanbieding van een bepaald aantal of percentage van de effecten, onverminderd de bevoegdheid van de bieder het bod ook gestand te doen indien effecten tot een kleiner aantal of een geringer percentage zijn aangemeld.
5. De bieder aanvaardt de aangeboden effecten proportioneel met hantering van een systematiek welke voldoet aan door de toezichthoudende autoriteit te stellen regels, voor zover de bieder bij aanvaarding van de aangeboden effecten direct of indirect meer dan 30% van het geplaatste kapitaal van de doelvennootschap gaat houden dan wel meer effecten worden aangeboden dan waarop het bod is gericht.
6. De bieder treft een regeling met betrekking tot de levering en betaling van aangeboden effecten welke voldoet aan door de toezichthoudende autoriteit te stellen regels.
7. Gedurende een jaar na de openbare mededeling van de verkrijgbaarstelling van het biedingsbericht is het de bieder niet toegestaan om effecten in de doelvennootschap te verwerven indien hij daardoor, direct of indirect, meer dan 30% van het geplaatste kapitaal van de doelvennootschap gaat houden, tenzij:
a. het partieel bod niet gestand wordt gedaan, of
b. een derde na de verschijningsdatum een openbaar bod op effecten van dezelfde doelvennootschap uitbrengt, met dien verstande dat het verbod van kracht blijft ten aanzien van verwerving ingevolge een partieel bod of een tenderbod.
2. Aan alle rechthebbenden van dezelfde soort effecten wordt hetzelfde bod gedaan.
3. De bieder heeft het recht het bod in te trekken indien voor het einde van de aanmeldingstermijn door een derde een openbaar bod op effecten van een of meer dezelfde soorten wordt uitgebracht of het voornemen daartoe openbaar wordt medegedeeld.
4. De bieder kan zijn verplichting tot gestanddoening van het bod afhankelijk stellen van de aanbieding van een bepaald aantal of percentage van de effecten, onverminderd de bevoegdheid van de bieder het bod ook gestand te doen indien effecten tot een kleiner aantal of een geringer percentage zijn aangemeld.
5. De bieder aanvaardt de aangeboden effecten proportioneel met hantering van een systematiek welke voldoet aan door de toezichthoudende autoriteit te stellen regels, voor zover de bieder bij aanvaarding van de aangeboden effecten direct of indirect meer dan 30% van het geplaatste kapitaal van de doelvennootschap gaat houden dan wel meer effecten worden aangeboden dan waarop het bod is gericht.
6. De bieder treft een regeling met betrekking tot de levering en betaling van aangeboden effecten welke voldoet aan door de toezichthoudende autoriteit te stellen regels.
7. Gedurende een jaar na de openbare mededeling van de verkrijgbaarstelling van het biedingsbericht is het de bieder niet toegestaan om effecten in de doelvennootschap te verwerven indien hij daardoor, direct of indirect, meer dan 30% van het geplaatste kapitaal van de doelvennootschap gaat houden, tenzij:
a. het partieel bod niet gestand wordt gedaan, of
b. een derde na de verschijningsdatum een openbaar bod op effecten van dezelfde doelvennootschap uitbrengt, met dien verstande dat het verbod van kracht blijft ten aanzien van verwerving ingevolge een partieel bod of een tenderbod.