BWBR0007708
Geldig vanaf 2005-06-23
Artikel 7
Besluit toezicht effectenverkeer 1995
1. Voor zover de verplichting tot het opstellen van een jaarrekening en een jaarverslag niet reeds voortvloeit uit <a href="/wet/BWBR0003045" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>zijn op een uitgevende instelling het tweede tot en met twaalfde lid van toepassing.
2. De uitgevende instelling stelt binnen zes maanden na afloop van ieder boekjaar een jaarrekening en een jaarverslag vast. Tevens stelt de uitgevende instelling binnen vier maanden na afloop van de eerste helft van ieder boekjaar de halfjaarcijfers vast.
3. De jaarrekening geeft volgens normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent het vermogen en het resultaat, alsmede, voor zover de aard van de jaarrekening dat toelaat, omtrent de solvabiliteit en de liquiditeit van de uitgevende instelling. Het jaarverslag geeft een getrouw beeld omtrent de toestand op de balansdatum en de gang van zaken gedurende het boekjaar en bevat voorts mededelingen omtrent de verwachte gang van zaken.
4. De halfjaarcijfers bevatten schematisch ten minste gegevens over de netto omzet en het resultaat vóór of na belastingen van de uitgevende instelling in de eerste zes maanden van het boekjaar, alsmede een toelichting daarop die alle gegevens bevat die redelijkerwijs van belang zijn voor de beoordeling van de ontwikkeling van de activiteiten en de resultaten van de uitgevende instelling. Daarbij worden alle bijzondere factoren vermeld die invloed hebben gehad op deze activiteiten en op de resultaten over de desbetreffende periode en worden de vergelijkbare cijfers van het overeenkomstig tijdvak van het vorige boekjaar gegeven.
5. Het vierde lid is niet van toepassing op een uitgevende instelling waarvan de aandelen zijn toegelaten tot de notering aan een in een lidstaat gelegen of werkzame effectenbeurs en die halfjaarcijfers algemeen verkrijgbaar stelt, waarvan de opstelling geschiedt overeenkomstig richtlijn nr. 2001/34/EGvan het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 28 mei 2001 betreffende de toelating van effecten tot de officiële notering aan een effectenbeurs en de informatie die over deze effecten moet worden gepubliceerd (PbEG L 184).
6. De balans met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte van het vermogen weer, alsmede zijn samenstelling in actief- en passiefposten aan het einde van de verslagperiode.
7. De winst- en verliesrekening met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte van het resultaat over de verslagperiode weer, alsmede zijn afleiding uit de posten van baten en lasten.
8. De opstelling van de jaarrekening en het jaarverslag geschiedt door een uitgevende instelling met zetel in Nederland zoveel mogelijk overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0003045" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>. De opstelling van de jaarrekening en het jaarverslag van een uitgevende instelling met zetel in een andere lid-staat geschiedt overeenkomstig de voorschriften van de vierde richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen op de grondslag van artikel 54, lid 3, sub <em>g</em>), van het Verdrag betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen ( richtlijn nr. 78/660/EEGvan 25 juli 1978) ( <em>PbEG</em>L 222) en van de zevende richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen op de grondslag van artikel 54, lid 3, sub <em>g</em>) van het Verdrag betreffende de geconsolideerde jaarrekening ( richtlijn nr. 83/349/EEGvan 13 juni 1983) ( <em>PbEG</em>L 193). Voor de overige uitgevende instellingen geschiedt de opstelling op gelijkwaardige wijze. In de jaarrekening en het jaarverslag wordt meegedeeld overeenkomstig welke voorschriften de opstelling is geschied. Voor zover de opstelling van de jaarrekening en het jaarverslag niet geschiedt overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0003045" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>dan wel overeenkomstig de in dit lid genoemde richtlijnen, kan de toezichthoudende autoriteit in overeenstemming met Onze Minister van Justitie regels stellen met betrekking tot het verschaffen van informatie omtrent de gehanteerde waarderingsgrondslagen en de omschrijving van de posten in de jaarrekening.
9. Het achtste lid is van overeenkomstige toepassing op de opstelling van de halfjaarcijfers.
10. Binnen een week na de vaststelling of, indien de jaarrekening goedkeuring behoeft, na de goedkeuring, maakt de uitgevende instelling de jaarrekening en gelijktijdig daarmee de accountantsverklaring, bedoeld in artikel 8, tweede lid, en het jaarverslag openbaar door neerlegging van een volledig in het Nederlands opgesteld exemplaar of, indien dit niet is vervaardigd, van een exemplaar in het Frans, Duits of Engels:
a. ten kantore van het handelsregister van de plaats waar de uitgevende instelling volgens haar statuten haar zetel heeft; dan wel
b. indien de uitgevende instelling haar zetel niet in Nederland heeft, ten kantore van het handelsregister van Amsterdam.
11. De openbaarmaking van de halfjaarcijfers geschiedt overeenkomstig het tiende lid.
12. De jaarrekening, de accountantsverklaring, het jaarverslag en de halfjaarcijfers worden gelijktijdig met de openbaarmaking aan de toezichthouder overgelegd.
2. De uitgevende instelling stelt binnen zes maanden na afloop van ieder boekjaar een jaarrekening en een jaarverslag vast. Tevens stelt de uitgevende instelling binnen vier maanden na afloop van de eerste helft van ieder boekjaar de halfjaarcijfers vast.
3. De jaarrekening geeft volgens normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent het vermogen en het resultaat, alsmede, voor zover de aard van de jaarrekening dat toelaat, omtrent de solvabiliteit en de liquiditeit van de uitgevende instelling. Het jaarverslag geeft een getrouw beeld omtrent de toestand op de balansdatum en de gang van zaken gedurende het boekjaar en bevat voorts mededelingen omtrent de verwachte gang van zaken.
4. De halfjaarcijfers bevatten schematisch ten minste gegevens over de netto omzet en het resultaat vóór of na belastingen van de uitgevende instelling in de eerste zes maanden van het boekjaar, alsmede een toelichting daarop die alle gegevens bevat die redelijkerwijs van belang zijn voor de beoordeling van de ontwikkeling van de activiteiten en de resultaten van de uitgevende instelling. Daarbij worden alle bijzondere factoren vermeld die invloed hebben gehad op deze activiteiten en op de resultaten over de desbetreffende periode en worden de vergelijkbare cijfers van het overeenkomstig tijdvak van het vorige boekjaar gegeven.
5. Het vierde lid is niet van toepassing op een uitgevende instelling waarvan de aandelen zijn toegelaten tot de notering aan een in een lidstaat gelegen of werkzame effectenbeurs en die halfjaarcijfers algemeen verkrijgbaar stelt, waarvan de opstelling geschiedt overeenkomstig richtlijn nr. 2001/34/EGvan het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 28 mei 2001 betreffende de toelating van effecten tot de officiële notering aan een effectenbeurs en de informatie die over deze effecten moet worden gepubliceerd (PbEG L 184).
6. De balans met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte van het vermogen weer, alsmede zijn samenstelling in actief- en passiefposten aan het einde van de verslagperiode.
7. De winst- en verliesrekening met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte van het resultaat over de verslagperiode weer, alsmede zijn afleiding uit de posten van baten en lasten.
8. De opstelling van de jaarrekening en het jaarverslag geschiedt door een uitgevende instelling met zetel in Nederland zoveel mogelijk overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0003045" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>. De opstelling van de jaarrekening en het jaarverslag van een uitgevende instelling met zetel in een andere lid-staat geschiedt overeenkomstig de voorschriften van de vierde richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen op de grondslag van artikel 54, lid 3, sub <em>g</em>), van het Verdrag betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen ( richtlijn nr. 78/660/EEGvan 25 juli 1978) ( <em>PbEG</em>L 222) en van de zevende richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen op de grondslag van artikel 54, lid 3, sub <em>g</em>) van het Verdrag betreffende de geconsolideerde jaarrekening ( richtlijn nr. 83/349/EEGvan 13 juni 1983) ( <em>PbEG</em>L 193). Voor de overige uitgevende instellingen geschiedt de opstelling op gelijkwaardige wijze. In de jaarrekening en het jaarverslag wordt meegedeeld overeenkomstig welke voorschriften de opstelling is geschied. Voor zover de opstelling van de jaarrekening en het jaarverslag niet geschiedt overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0003045" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>dan wel overeenkomstig de in dit lid genoemde richtlijnen, kan de toezichthoudende autoriteit in overeenstemming met Onze Minister van Justitie regels stellen met betrekking tot het verschaffen van informatie omtrent de gehanteerde waarderingsgrondslagen en de omschrijving van de posten in de jaarrekening.
9. Het achtste lid is van overeenkomstige toepassing op de opstelling van de halfjaarcijfers.
10. Binnen een week na de vaststelling of, indien de jaarrekening goedkeuring behoeft, na de goedkeuring, maakt de uitgevende instelling de jaarrekening en gelijktijdig daarmee de accountantsverklaring, bedoeld in artikel 8, tweede lid, en het jaarverslag openbaar door neerlegging van een volledig in het Nederlands opgesteld exemplaar of, indien dit niet is vervaardigd, van een exemplaar in het Frans, Duits of Engels:
a. ten kantore van het handelsregister van de plaats waar de uitgevende instelling volgens haar statuten haar zetel heeft; dan wel
b. indien de uitgevende instelling haar zetel niet in Nederland heeft, ten kantore van het handelsregister van Amsterdam.
11. De openbaarmaking van de halfjaarcijfers geschiedt overeenkomstig het tiende lid.
12. De jaarrekening, de accountantsverklaring, het jaarverslag en de halfjaarcijfers worden gelijktijdig met de openbaarmaking aan de toezichthouder overgelegd.