Artikel 1
Aan gezagvoerders van militaire luchtvaartuigen behorend tot de Nederlandse strijdkrachten en aan door de Staatssecretaris van Defensie aan te wijzen luchtvaartuigen behorend tot bondgenootschappelijke strijdkrachten wordt, onverminderd het bepaalde in de artikelen 2en 12, vrijstelling verleend van het gestelde in artikel 44, eerste lid, onder a, van het Luchtverkeersreglementmits de volgende voorschriften en bepalingen in acht worden genomen:
a. De vluchten worden uitgevoerd conform de regels die gelden voor een gecontroleerde vlucht, met dien verstande dat voor vluchten met hefschroefvliegtuigen waarbij gebruik wordt gemaakt van nachtzichtapparatuur door de Chef van het militaire luchtverkeersleidingscentrum Nieuw Milligen een afwijking van deze voorwaarde kan worden toegestaan in een gebied dat horizontaal en verticaal is begrensd.
b. Tijdens de vlucht worden gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel mensenverzamelingen, zoveel mogelijk vermeden.
c. De vluchten worden uitgevoerd met inachtneming van de in de artikelen 2 en 12 vermelde zichtweersomstandigheden en minimum vlieghoogten.
a. De vluchten worden uitgevoerd conform de regels die gelden voor een gecontroleerde vlucht, met dien verstande dat voor vluchten met hefschroefvliegtuigen waarbij gebruik wordt gemaakt van nachtzichtapparatuur door de Chef van het militaire luchtverkeersleidingscentrum Nieuw Milligen een afwijking van deze voorwaarde kan worden toegestaan in een gebied dat horizontaal en verticaal is begrensd.
b. Tijdens de vlucht worden gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel mensenverzamelingen, zoveel mogelijk vermeden.
c. De vluchten worden uitgevoerd met inachtneming van de in de artikelen 2 en 12 vermelde zichtweersomstandigheden en minimum vlieghoogten.