BWBR0007141
Geldig vanaf 01-01-1995
Artikel 10
Regeling VFR-nachtvluchten en minimum vlieghoogten voor militaire luchtvaartuigen
De in artikel 6 bedoelde vrijstelling wordt aan gezagvoerders van voor opleidingsdoeleinden bestemde propellervliegtuigen behorende tot of gebruikt voor de Nederlandse strijdkrachten verleend voor het uitvoeren van een VFR-vlucht boven de in artikel 8, onder b, bedoelde gebieden waarbij een minimum vlieghoogte van 150 meter (500 voet) boven grond of water in acht wordt genomen.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0007141
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl