BWBR0007141
Geldig vanaf 1995-01-01
Artikel 11
Regeling VFR-nachtvluchten en minimum vlieghoogten voor militaire luchtvaartuigen
1. In afwijking van artikel 8 onder b, en artikel 10gelden voor gezagvoerders van militaire hefschroefvliegtuigen behorende tot of in gebruik bij de Nederlandse en bondgenootschappelijke strijdkrachten, respectievelijk voor gezagvoerders van voor opleidingsdoeleinden bestemde propellervliegtuigen behorende tot of gebruikt voor de Nederlandse strijdkrachten, indien zij oefenen in het kader van operaties met niet-vliegende eenheden en binnen de grenzen van het oefengebied VFR-vluchten uitvoeren de volgende regels:
a. De minimum vlieghoogte is 30 meter (100 voet) boven hindernissen of zoveel lager als voor het doel van de vlucht noodzakelijk is.
b. Aaneengesloten bebouwing, ziekenhuizen, sanatoria en dergelijke moeten worden vermeden.
c. Voor vluchten binnen een plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied, een bijzonder luchtverkeersgebied of in de omgeving van een burgerluchtvaartterrein is vooraf toestemming vereist van het ter plaatse op basis van het Luchtverkeersreglement bevoegde gezag.
d. Voor vluchten binnen een van de in artikel 5, eerste lid, onder a tot en met h genoemde gebieden is vooraf toestemming vereist van de Commandant Groep Helicopters van de Koninklijke Luchtmacht.
e. Voor vluchten binnen een van de in artikel 5, eerste lid, onder i en j, genoemde gebieden en de onder 1 genoemde route is vooraf toestemming vereist van de Commandant Koninklijke Militaire School Luchtmacht/Vliegbasis Woensdrecht.
f. Voor vluchten binnen het gebied genoemd in artikel 5, eerste lid, onder k is vooraf toestemming vereist van de commandant van de Groep Helicopters van de Koninklijke Marine.
2. Aan gezagvoerders van hefschroefvliegtuigen van de bondgenootschappelijke strijdkrachten wordt per oefening door de Staatssecretaris van Defensie toestemming verleend onder nader te stellen voorwaarden.
a. De minimum vlieghoogte is 30 meter (100 voet) boven hindernissen of zoveel lager als voor het doel van de vlucht noodzakelijk is.
b. Aaneengesloten bebouwing, ziekenhuizen, sanatoria en dergelijke moeten worden vermeden.
c. Voor vluchten binnen een plaatselijk luchtverkeersleidingsgebied, een bijzonder luchtverkeersgebied of in de omgeving van een burgerluchtvaartterrein is vooraf toestemming vereist van het ter plaatse op basis van het Luchtverkeersreglement bevoegde gezag.
d. Voor vluchten binnen een van de in artikel 5, eerste lid, onder a tot en met h genoemde gebieden is vooraf toestemming vereist van de Commandant Groep Helicopters van de Koninklijke Luchtmacht.
e. Voor vluchten binnen een van de in artikel 5, eerste lid, onder i en j, genoemde gebieden en de onder 1 genoemde route is vooraf toestemming vereist van de Commandant Koninklijke Militaire School Luchtmacht/Vliegbasis Woensdrecht.
f. Voor vluchten binnen het gebied genoemd in artikel 5, eerste lid, onder k is vooraf toestemming vereist van de commandant van de Groep Helicopters van de Koninklijke Marine.
2. Aan gezagvoerders van hefschroefvliegtuigen van de bondgenootschappelijke strijdkrachten wordt per oefening door de Staatssecretaris van Defensie toestemming verleend onder nader te stellen voorwaarden.