BWBR0006743
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 46e
Rechtspositiebesluit burgemeesters
1. De burgemeester aan wie ontslag is verleend met het oog op een FPU-uitkering en die tenminste 1 jaar het ambt van burgemeester heeft uitgeoefend, ontvangt tot aan de pensioengerechtigde leeftijd naast de FPU-uitkering een extra uitkering ten laste van de gemeenten gezamenlijk.
2. De extra uitkering bedraagt maandelijks het bedrag dat resulteert uit de vermenigvuldiging van 0,5833 procent van de grondslag, die geldt voor de vaststelling van de FPU-uitkering, met het aantal maanden dat de burgemeester het ambt van burgemeester heeft uitgeoefend, gedeeld door het totaal aantal maanden gelegen tussen de datum van ingang van de FPU-uitkering en de datum van ingang van het ouderdomspensioen. Voor deze berekening wordt voor het aantal maanden dat de burgemeester het ambt heeft uitgeoefend, ten hoogste van 120 maanden uitgegaan.
3. De extra uitkering wordt slechts toegekend voorzover de extra uitkering en de FPU-uitkering tezamen niet meer bedragen dan de grondslag, die geldt voor de vaststelling van de FPU-uitkering, met dien verstande dat voor deze berekening buiten beschouwing blijft:
a. een verlaging van de FPU-uitkering, omdat aanspraken niet worden opgenomen met de bedoeling deze om te zetten in recht op ouderdomspensioen of nabestaandenpensioen;
b. een verlaging van de FPU-uitkering, omdat het bedrag van de aanspraak wordt verminderd in verband met inkomsten naast de FPU-uitkering;
c. een verhoging van de FPU-uitkering, als gevolg van een individuele aanvullende regeling.
2. De extra uitkering bedraagt maandelijks het bedrag dat resulteert uit de vermenigvuldiging van 0,5833 procent van de grondslag, die geldt voor de vaststelling van de FPU-uitkering, met het aantal maanden dat de burgemeester het ambt van burgemeester heeft uitgeoefend, gedeeld door het totaal aantal maanden gelegen tussen de datum van ingang van de FPU-uitkering en de datum van ingang van het ouderdomspensioen. Voor deze berekening wordt voor het aantal maanden dat de burgemeester het ambt heeft uitgeoefend, ten hoogste van 120 maanden uitgegaan.
3. De extra uitkering wordt slechts toegekend voorzover de extra uitkering en de FPU-uitkering tezamen niet meer bedragen dan de grondslag, die geldt voor de vaststelling van de FPU-uitkering, met dien verstande dat voor deze berekening buiten beschouwing blijft:
a. een verlaging van de FPU-uitkering, omdat aanspraken niet worden opgenomen met de bedoeling deze om te zetten in recht op ouderdomspensioen of nabestaandenpensioen;
b. een verlaging van de FPU-uitkering, omdat het bedrag van de aanspraak wordt verminderd in verband met inkomsten naast de FPU-uitkering;
c. een verhoging van de FPU-uitkering, als gevolg van een individuele aanvullende regeling.