BWBR0006743
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 46c
Rechtspositiebesluit burgemeesters
1. De burgemeester van 61 jaar of ouder van wie de gemeente wordt opgeheven en aan wie met ingang van de datum van herindeling ontslag wordt verleend met het oog op een FPU-uitkering, ontvangt ten laste van het Rijk een aanvulling op deze uitkering tot aan de pensioengerechtigde leeftijd, tenzij hij aanspraak maakt op de extra uitkering, bedoeld in artikel 46eof 47b.
2. De aanvulling bedraagt een percentage van de grondslag, die geldt voor de vaststelling van de FPU-uitkering. Het percentage is:
a. 15% indien de burgemeester op de dag voorafgaand aan de datum van herindeling nog geen 63 jaar is;
b. 25% indien de burgemeester op de dag voorafgaand aan de datum van herindeling 63 jaar of ouder is.
3. De aanvulling wordt slechts toegekend voorzover de aanvulling en de FPU-uitkering tezamen niet meer bedragen dan de grondslag die geldt voor de vaststelling van de FPU-uitkering, met dien verstande dat voor deze berekening buiten beschouwing blijft:
a. een verlaging van de FPU-uitkering, omdat aanspraken niet worden opgenomen met de bedoeling deze om te zetten in recht op ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen;
b. een verlaging van de FPU-uitkering, omdat het bedrag van de aanspraak wordt verminderd in verband met inkomsten naast de FPU-uitkering;
c. een verhoging van de FPU-uitkering, als gevolg van een individuele aanvullende regeling.
4. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op een burgemeester jonger dan 61 jaar, indien hij op de datum van het ontslag met het oog op een FPU-uitkering, een diensttijd heeft van 40 jaar of meer als bedoeld in artikel 4 van de Regeling flexibel pensioen en uittreden.
2. De aanvulling bedraagt een percentage van de grondslag, die geldt voor de vaststelling van de FPU-uitkering. Het percentage is:
a. 15% indien de burgemeester op de dag voorafgaand aan de datum van herindeling nog geen 63 jaar is;
b. 25% indien de burgemeester op de dag voorafgaand aan de datum van herindeling 63 jaar of ouder is.
3. De aanvulling wordt slechts toegekend voorzover de aanvulling en de FPU-uitkering tezamen niet meer bedragen dan de grondslag die geldt voor de vaststelling van de FPU-uitkering, met dien verstande dat voor deze berekening buiten beschouwing blijft:
a. een verlaging van de FPU-uitkering, omdat aanspraken niet worden opgenomen met de bedoeling deze om te zetten in recht op ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen;
b. een verlaging van de FPU-uitkering, omdat het bedrag van de aanspraak wordt verminderd in verband met inkomsten naast de FPU-uitkering;
c. een verhoging van de FPU-uitkering, als gevolg van een individuele aanvullende regeling.
4. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op een burgemeester jonger dan 61 jaar, indien hij op de datum van het ontslag met het oog op een FPU-uitkering, een diensttijd heeft van 40 jaar of meer als bedoeld in artikel 4 van de Regeling flexibel pensioen en uittreden.