BWBR0006743
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 14a
Rechtspositiebesluit burgemeesters
1. Een burgemeester die benoemd wordt tot burgemeester van een andere gemeente, ontvangt indien die andere gemeente in een gelijke inwonersklasse is geplaatst, een toelage op de bezoldiging.
2. De toelage komt ten laste van de gemeente en bedraagt:
a. gedurende het eerste en tweede jaar na de benoeming eenderde van het verschil tussen de bezoldiging behorende bij de inwonersklasse waarin de gemeente is ingedeeld en de bezoldiging behorende bij de eerstvolgende hogere inkomensklasse;
b. gedurende het derde en vierde jaar na de benoeming tweederde van het verschil tussen de bezoldiging behorende bij de inwonersklasse waarin de gemeente is ingedeeld en de bezoldiging behorende bij de eerstvolgende hogere inkomensklasse;
c. gedurende de volgende jaren het verschil tussen de bezoldiging behorende bij de inwonersklasse waarin de gemeente is ingedeeld en de bezoldiging behorende bij de eerstvolgende hogere inkomensklasse.
3. De burgemeester behoudt aanspraak op de toelage zolang hij het ambt vervult in een gemeente van een gelijke inwonersklasse als bedoeld in het eerste lid.
4. Indien de burgemeester het ambt vervult in een gemeente als bedoeld in artikel 7, behoudt hij de toelage na afloop van het tijdvak, bedoeld in dat artikel.
5. De toelage wordt voor de toepassing van de artikelen 9, 11, 12, 15en 15agerekend tot de bezoldiging.
2. De toelage komt ten laste van de gemeente en bedraagt:
a. gedurende het eerste en tweede jaar na de benoeming eenderde van het verschil tussen de bezoldiging behorende bij de inwonersklasse waarin de gemeente is ingedeeld en de bezoldiging behorende bij de eerstvolgende hogere inkomensklasse;
b. gedurende het derde en vierde jaar na de benoeming tweederde van het verschil tussen de bezoldiging behorende bij de inwonersklasse waarin de gemeente is ingedeeld en de bezoldiging behorende bij de eerstvolgende hogere inkomensklasse;
c. gedurende de volgende jaren het verschil tussen de bezoldiging behorende bij de inwonersklasse waarin de gemeente is ingedeeld en de bezoldiging behorende bij de eerstvolgende hogere inkomensklasse.
3. De burgemeester behoudt aanspraak op de toelage zolang hij het ambt vervult in een gemeente van een gelijke inwonersklasse als bedoeld in het eerste lid.
4. Indien de burgemeester het ambt vervult in een gemeente als bedoeld in artikel 7, behoudt hij de toelage na afloop van het tijdvak, bedoeld in dat artikel.
5. De toelage wordt voor de toepassing van de artikelen 9, 11, 12, 15en 15agerekend tot de bezoldiging.